Knav98 Indian Himalaya Expedition 2001
Verslag van de beklimming van Jogin
1 (6455 m) en Jogin 3 (6116m) in de Indische
Himalaya
Door: Femke Mooij
Nadat we afscheid hebben genomen van de meiden, met
wie we een trekking in Ladakh hebben gemaakt en met wie we de Stok
Kangri hebben beklommen, vliegen we terug naar Delhi, vanwaar we meteen
’s avonds weer vertrekken naar Gahrwal. Nadat we de hele nacht
opgevouwen tussen onze bagage in een jeep zitten met 9 man, komen we in
Uttarkashi aan. Hier blijkt dat Jos behoorlijk ziek is, maar gelukkig
knapt hij ook weer snel op. De dag erna rijden we, wederom per jeep,
waarin we nu inclusief 2 dragers met zijn tienen zitten, door naar
Gangotri. Dit is een heilige stad vlak bij de oorsprong van de Ganges.
Hier treffen we de vier overige Nepalese dragers.
Vanuit Gangotri (3200) stijgen we naar een hoogte
van 4200 meter. Het is een zware klim. We dragen tot vermaak van de
dragers allemaal meer dan 20 kilo en de zon schijnt ongenadig. Helaas
blijkt bij aankomst op de bivakplek dat de branders het niet doen. Door
communicatieproblemen hebben we de verkeerde brandstof ingekocht, wat
ervoor zorgt dat Arnaud en Joep 1000 meter moeten afdalen om andere
brandstof te gaan kopen. Gelukkig weten de dragers hoe ze van wat
keutels en takjes een vuur moeten maken, zodat we in ieder geval wat
soep kunnen bereiden. Deze delen we uiteraard dankbaar met de dragers.
De volgende dag lopen we naar het basiskamp op 4800
meter. Het bevindt zich bij een heilig meer, Kedartal genaamd, de plek
van het basiskamp. Onderweg komen we langs twee herders en onze liaison
officer besluit om gedurende de expeditie bij hen te blijven logeren. We
richten het basiskamp in en Bart en Jos maken van stenen en plastic een
heuse keukentent.
Dag 3 en 4 zijn rustdagen, waarop we onze kleren
wassen en nog overgebleven spullen uit het tussenkamp omhoog slepen.
Arnaud en Joep komen aan in het basiskamp en Arnaud maakt op dag 4 een
verkenningstochtje. (Ook krijgen we bezoek van een vijftal swami’s
(heilige mannen), die een aantal rituelen uitvoeren om het heilige meer
te eren. Ze drinken thee in onze keukentent en gaan ‘s middags weer
weg.)
Op dag 5 blijk het weer wederom niet geweldig te
zijn, maar we besluiten toch om naar kamp 1 te gaan op 5050 meter. We
lopen 4 uur over morene en vinden uiteindelijk een geschikt plekje om
onze tenten neer te zetten.
Dag 6 wordt gebruikt om nog wat klimmateriaal op te
halen uit het basiskamp. Ook maken twee teams verkenningstochten in twee
verschillende richtingen, omdat we niet helemaal zeker zijn over wat de
beste route naar de top is. Joep en ik beklimmen daarbij een
gletsjerplateau met hoge ijstorens, waarbij we allebei een keer bijna in
een spleet verdwijnen doordat de ijsplaat waar we op klimmen afbreekt.
Af en toe klaart het op, waardoor we eindelijk een blik kunnen werpen op
de 2 toppen die we willen beklimmen en op de Thalay Sagar, waarvan
alleen het topje zichtbaar is door de mist.
Terug in kamp 1 blijkt dat Arnaud en Jos op hun
verkenningstocht aan de overkant van de gletsjer op een ijswand zijn
gestuit die misschien te beklimmen is en hoewel we niet weten hoe de
situatie daarboven zal zijn, besluiten we toch om de volgende dag hun
route te volgen.
Het ijswandje blijkt mee te vallen, maar
daarboven bevindt zich een gebied wat steil is en waar veel spleten
zitten. Thijs gaat voorop hij leidt hij ons perfect door de spletenzone
heen. Na enig zoeken vindt Arnaud uiteindelijk op 5860 meter een mooie
kampplek waar geen gevaarlijke spleten zitten. We maken een plateau
voor de tenten in de sneeuw terwijl Jos voor de catering zorgt door een
heerlijke gevriesdroogde maaltijd voor ons “op tafel” te zetten. We
genieten nog even van de onbeschrijfelijk mooie zonsondergang, die alle
hoge, witte bergen rondom ons prachtig diep-rood kleurt.
De volgende dag begint met een stralende ochtend en
we gaan voor de top. Helaas hebben we de vorige dag erg veel van onze
lichamen gevergd en daarom staan we niet vroeg genoeg op om de top te
halen. Ook zijn er veel spleten, soms wel 15 meter breed en honderden
meters lang, zodat we veel tijd nodig hebben om een goede en veilig
route te vinden.
Uiteindelijk beklimmen we die dag wel de Jogin 3,
maar dit is niet echt duidelijk de top zoals wij ons die van tevoren
hadden voorgesteld. Het is namelijk meer een klein voortopje van de
Jogin 1, waar je toevallig tegenaan loopt als je op weg bent naar de top
van Jogin 1. Maar goed, het was een mooie tocht en we hebben nu een
goed beeld gekregen van wat ons de volgende dag te wachten staat.
Op ..8 aug.........staan we vroeg op, om 5.00 dit
maal. Na een snel ontbijt in de vrieskou gaan we op pad. Het spoor van
de vorige dag ligt er nog en ook de spleten houden ons niet lang op. Op
de col op 6100 meter, vlak bij de Jogin 3(?) maken we een depot waarin
we de touwen en wat andere zware spullen achterlaten.Vanaf hier gaat het
langs een graat omhoog. Het weer is al minder goed aan het worden,
hoewel we vanaf de col nog wel wat blikken naar de andere kant van de
berg kunnen werpen.
We besluiten om voor de veiligheid in tweetallen te
klimmen, voor het geval er iemand niet goed zou worden door hoogteziekte
of om een andere reden terug zou moeten gaan.
Gelukkig gaat alles goed en om 12.00 bereiken we,
na een behoorlijk steil stuk ijsklimmen, de top.
6455 meter !!!! Daar staan we dan na 1,5 jaar
voorbereiding. Er gaat wel even iets door ons heen op dat moment.
Felicitaties worden uitgedeeld en natuurlijk komt de KNAV-vlag ook nog
even uit de rugzak.
Eenmaal terug bij de tent, wordt als afdaalroute
dezelfde weg als de heenweg gekozen, omdat deze het veiligst leek.
Hoewel we de volgende ochtend verrast worden door een pak verse sneeuw,
weten we toch de juiste route terug te vinden door het spletengebied,
zij het met gespannen zenuwen en aan touw deze keer. Bij het steilste
stuk leggen we vast touw aan, zodat als er iemand zou vallen, hij niet
de hele touwgroep mee zou nemen. 3 touwen worden gebruikt en eenmaal
halverwege het ijswandje is het veilig genoeg om zonder touw af te
dalen.
We lopen naar de plek van kamp 1 om een daar
achtergelaten depot op te halen en uiteindelijk komen we weer “thuis” in
het basiskamp aan. De tenten zijn blijven staan, dus we kunnen na het
eten en even gezellig natafelen in de keukentent, zo onze slaapzak in.
Heerlijk na zo’n uitputtende en spannende dag.
Op de laatste dag lopen Arnaud, Joep, Thijs en ik,
na een rustdag, in 1 keer vanaf het basiskamp naar Gangotri. We dragen
de overgebleven spullen. Jos en Bart zijn de vorige dag al naar beneden
gelopen.Ondanks de zware rugzak en de pijn geniet iedereen van de
wandeling.
Terug in Gangotri organiseren we de terugreis naar
Delhi. Hier kunnen we nog een paar dagen sightseeen alvorens de meiden
aankomen.
^ Top |