Wat is toerskiën toch mooi…
Kerst 2003
Door: Thijs
Tegen onze goede voornemens in om
niet meer te gaan toerskiën met kerst, was dit jaar de verleiding van
een klein laagje sneeuw in de Alpen te verleidelijk voor ons. We zouden
twee weekjes iets leuks gaan doen; wandelen of klimmen ergens in Zuid
Frankrijk. We zochten een bestemming op internet in het zonnige zuiden,
rekening houdend met de weersvoorspellingen. Het viel op dat er mooi
weer voorspeld werd in de zuidwest Alpen. De verleiding werd te groot en
na een korte check van de lawineberichten viel ons oog op de Queyras,
het bekende hoogtekampgebied van de King of.... himself. De keuze was
gemaakt.
Na een bescheiden aantal
‘verplichte’ etentjes werd ons autootje volgeladen en vertrokken we
richting het Franse. Na een korte slaapstop in de Bourgogne, reden we
door naar de mooie witte alpjes. Zoals het weerbericht voorspelde, lag
er veel sneeuw en was het slecht weer in het noordwestelijke deel van de
Alpen en na Briancon was het kraakhelder. Eenmaal in de Queyras zetten
we de auto in Le Roux d’ Abries op 1735m. Hier vierden we met een
lekkere fles champagne de verjaardag van Fem in een mooie Gite d’Etape
met zowaar een sauna!! (dat moet de nieuwe berghuttenstandaard worden!!)
Eerst maakte ik alleen een klein inlooptochtje naar de Col Vieux op
2686m. Fem had nog wat moeite met de champagne (lees: was flink ziek met
diarree etc.). De sneeuw was goed gezet door de afgelopen
mooiweerperiodes en het lawinegevaar was nihil. Kortom: ideale
toeromstandigheden. De afdaling was ook mooi. De oudere sneeuwlaag was
lekker ‘piste’hard en er lag een klein beetje vervrachte sneeuw bovenop.
Na dit goede nieuws werden de wildste tochten verzonnen voor de komende
dagen. De ontlasting van Fem werd spontaan hard.
De eerste dag stegen we een groot
gedeelte via dezelfde tocht als gisteren naar de St Martin-col op 2657m
en we daalden af over een mooie steile zuidhelling van de Crete de
Reychasse. Langzaam kwam ons doel in zicht: de Col de Bouchet (2626m);
hier zou zich een rifugio bevinden, waarin wij de nacht zouden
doorbrengen. De anstieg van de Col was nog behoorlijk pittig, bovenin
was hij zeer verijsd en goed schoongeblazen bij een steilheid van tegen
de 40 graden. We hebben het laatste stukje ook maar de ski’s uit gedaan
om verdere valpartijen te voorkomen. In het laatste winterzonnetje
bereikten we de Col. Maar er was geen rifugio. Nog maar eens goed op de
antieke kaart van Houben kijken.”Er staat toch echt een rifugio op”. Aan
de rechterkant van de Col stond een bordje in een hele grote hoop
sneeuw: “Rifugio 20m”. Maar in omtrek van 20 meter was geen rifugio te
zien!! Hij zal toch niet...... Jawel hij lag 20 meter achter de Col en
was bijna volledig ingesneeuwd.

Rifugio de Bouchet (2626m)
De dakgoot en de bovenkant van
raam- en deurkozijnen waren net zichtbaar. Nu maar gokken: welke van de
vier kozijnen is de deur van het winterraum? Juist ja, de vierde keuze
was de juiste.
Gelukkig kreeg je het van al dat
scheppen lekker warm, want de hut was niet voorzien van een kachel. Fem
kookte die avond een geweldig Kerstdiner met Tortelini, spekjes,
kaassaus en een heerlijk soeppie. Buiten hadden we uitzicht over ‘s
werelds mooiste kerstboom, miljoenen sterren en duizenden lichtjes op de
Italiaanse vlakte. Een mooie plek om kerst te vieren!!
“Gelukkig
kerstfeest”,” wil je ook thee”
De volgende ochtend begonnen we met
een afdaling naar Valpreveyre op 1839m. (voor de kenners: de camping met
de lekkere salade bar.) Bovenin was de sneeuw weer lekker pistehard en
ging het skiën goed, onderin zakten we door de ‘bruchharz’ (het bovenste
harde laagje sneeuw) en was het skiën moeilijker. Na een tweede ontbijt
in het zonnetje begonnen we aan de mooie klim naar Col d’Urine op 2525m.
Officieel is dit geen winterroute en dat merkten we ook in de afdaling.
Deze ging namelijk over oude lawinesporen in het smalle dal. Deze
lawines waren door de harde wind voorzien van een laagje gruis en
takken. Kortom: een soort schuurpapier waar je ski’s niet blij mee zijn.
Tijdens deze moeizame afdaling kwamen we nog een gemsje tegen op een
afstand van nog geen 10 meter. De afdaling werd steeds steiler en
ijziger en monde uit in een waterval, ideaal voor sportijsklimmers!! We
hadden door al die lawinesporen de zomerroute uit het oog verloren. Deze
traverseerde een drietal 50 graden steile ijzige couloirs, die in een
afgrond uitmondden. In eerste instantie zag dit er dan ook onmogelijk
uit. Het was inmiddels 15:00 uur. We hadden de keuze om een noodbivak te
maken op een plek waar, als het zou gaan sneeuwen, we niet meer weg
konden of toch die zomerroute proberen en als het niet ging alsnog dat
bivak maken. De couloirtjes gingen soepel. De rest van de route was
moeilijk te vinden (de Italianen maken ook zo’n mooie kompaskaarten!!).
De route liep door steile bossen die voorzien waren van een mooi laagje
zachte sneeuw. Rifugio Jervis (1710 m) was tot onze grote verbazing
bemand door een oude huttenwaard met twee jongere berggidsen en twee
hondjes. Er waren nog een paar dagjesmensen, die er een mooie
sneeuwscootertocht gemaakt hadden. Het Italiaanse eten ging er goed in,
net als de wijn natuurlijk.
De weersvoorspelling meldde dat er
de volgende dag tegen de avond sneeuw zou gaan vallen. Dit zou 1 dag
aanhouden en dan zouden er nog drie mooie dagen volgen. Ons plan was om
extra vroeg op te staan en de lange tocht over de Col Sellière (2834m)
naar de Refuge du Viso (2460m) te maken. De hele dag werden we begeleid
door een klein zwart hondje afkomstig uit de hut. Ze trippelde steeds
voor ons uit en wachtte ons dan weer op. Tijdens onze pauze genoot ze
van drie lekker oude krentenbolletjes waarvan ze er eentje begroef in de
sneeuw en twee vol enthousiasme opat. Op de Col zagen we haar niet meer.
De afdaling naar de hut was steil maar mooi!! Bijna beneden hoorden we
een zielig geblaf en zagen we dat het hondje in volle sprint achter ons
aan rende. Ze begeleidde ons tot aan de grote Refuge. Het was een hele
grote hut met een mega winterraum. Het was er ijskoud en er was wederom
geen kachel... Gelukkig stond er naast de refuge een kleine Bergerie met
kachel, hout en kolen. Dat werd um.
Tijdens de schemering vielen de
eerste vlokjes en niet veel later was er een sneeuwstorm, die de hele
nacht duurde. Ons hondje, dat we Wolffie noemden, lag voor de deur in de
kou... maar wilde niet in het hutje. Fem deed nog een poging om een
sneeuwhol voor het beestje te graven, maar dat vond ze niks. ‘s Nachts
hebben we haar (de hond) maar naar binnen getrokken aan haar halsband.
De volgende dag sneeuwde het de hele dag en amuseerden we ons kostelijk
met sneeuw smelten, thee zetten, dobbelen, dobbelen, dobbelen en
dobbelen... ‘s Middags liepen we door de storm naar de 20 meter verderop
liggende Refuge om daar op de kaarten te kijken en in het huttenboek te
schrijven. ’s Avonds nam de storm af en werden de vlokjes weer groter.
Wolffie rende buiten rond. Opeens begon ze te blaffen... Buiten zagen
we vier gestoorde Fransen die de huttenanstieg van 4,5 uur in de
sneeuwstorm gemaakt hadden. Verkleumd, uitgeput en doorweekt kwamen ze
bij ons hutje aan, waar uiteraard een grote ketel thee wonderen deed.
De sneeuwval ging maar door en de
volgende ochtend om 6.00 uur: sneeuw, 7.00 uur sneeuw, dan maar
uitslapen... 9.30 uur: strak blauw met optrekkende mistflarden. Snel
eten en kijken wat de nieuwe sneeuw- en lawinesituatie geworden was. We
besloten een klein tochtje te proberen richting Col de la Traversette
(2947m.) Bij de sleutelpassage lagen flinke vervrachtingen in de wanden
boven ons. Het leek ons dan ook niet verstandig om door te gaan. Wolffie
dacht daar anders over, want die rende vrolijk door het winterse
landschap achter een sneeuwhaas aan. We besloten af te dalen door de
maagdelijke verse poeder en de Col Sellière (2834m) van twee dagen terug
te beklimmen, om Wolffie op het goede pad te zetten.

Thijs en Wolffie, op de achtergrond Col Sellière (2834m)
De sneeuwcondities in deze
zuidhelling waren zeer goed: lekker kaal geblazen en slechts 15cm –25cm
nieuwe poeder. Zelfs zo goed dat we tot de Col konden gaan waar we
Wolffie terug naar haar hut stuurden. Uiteraard was het beestje het daar
niet mee eens, maar na een paar kwade woorden van Fem en wat zielige
blikken (ook van Fem) sprintte ze terug naar haar hut..... Ons restte
een verrukkelijke afdaling door verse poeder op maagdelijke hellingen.
We besloten de volgende dag terug naar het dal te skiën omdat de
lawinesituatie op andere hellingen te gevaarlijk was: veel
vervrachtingen op een uitermate goede glijlaag. ‘s Ochtends sneeuwde het
wederom. ‘s Middags hield het op, maar er was nog wel weinig zicht. We
besloten toch maar af te dalen. Nou ja, stukjes afdalen en grote stukken
door het vlakke dal ‘langlaufen’. Op het laatste deel was er zelfs een
loipe voor ons aangelegd... We sliepen in het dorpje La Monta (1663 m,
bestaand uit een kapel en een Gite d’ Etape).
Het plan voor de volgende dag was om via een graat en grotendeels over
pistes terug te skiën naar de auto maar helaas lieten de
weersomstandigheden dit niet toe... We namen de loipe variant tot in
Abries, waar we de lift omhoog namen in totale Whiteout. We waren bijna
de enige die van deze faciliteiten gebruik maakten. Het personeel keek
verontrust naar onze grote rugzakken en drukte ons op het hart dat
toerskiën met deze omstandigheden geen goed plan was. We legden hen uit
dat we via de piste zouden gaan en toen werden ze jaloers... Terecht:
een halve meter poeder over 800 hoogtemeters, wie krijgt daar geen
...... van????
Wonder boven wonder startte ons autootje prima, nadat we hem uitgegraven
hadden. De rest van de week genoten we lekker bij de vader van Fem van
de Provençaalse heerlijkheden. Daar zijn we het nieuwe jaar goed
begonnen.
^ Top |