donderdag 13 oktober 2005

Omhoog
Femke en Thijs
Peru 2005
Queyras 2003
Groß Glockner 2001
India 2001
Zuid Afrika 2005
Australië 2004
LMC 2004
Fotoalbum
Feedback

 

Peru 2005
In juli en augustus van 2005 gaan Femke en Thijs naar de Peruaanse Andes om daar enkele 5000- en 6000ders te beklimmen. We gaan naar het berggebied de Cordillera Blanca dit is een berggroep ten noordwesten van Lima. Het is een bekend klimgebied buiten de Europese Alpen. Bergen als de bekende Alpamayo en de Huascaran staan op het programma. Omdat het daar winter is in deze periode nemen we de ski's mee zodat we enkele mooie afdalingen kunnen maken. De routes die we gaan beklimmen op deze bergen bestaan vooral uit ijs en firn flanken. Meestal zullen we vanuit het dal een of twee tussen kamplaatsen aandoen voordat we de uiteindelijke toppoging kunnen ondernemen. De moeilijkheid varieert tussen F en D+ We zullen alle bergen in 'alpinestijl' gaan beklimmen. Dat betekent dat we in een touwgroep van twee personen klimmen zonder gebruik te maken van vaste touwen. De afdalingen zullen we zoveel mogelijk met ski's doen. We willen ook graag iets voor de Peruaanse bevolking doen, kijk daarom ook naar ons doel:
Klimmen voor operaties
i.s.m.

De bergen:(klik op foto voor meer info)

Urus Este (5420m)               Ishinca (5530m)                  Tocllaraju (6032m)       Quitaraju (6040m)       Chopicalqui (6354m)


Maastricht, 21 augustus

Hallo allemaal,

We zijn er weer. We zijn weer thuis!!! Wat een rotweer!!!!
Hier een verslag van de laatste top die we beklommen: de Chopicalqui ( 6354 m)

Zo begon het: Toen we terug liepen van het Alpamayo-Basecamp kwamen we de twee Duitsers tegen, die we ook op de top van de Ishinca en Tocclaraju tegen het lijf waren gelopen. Ze vertelden ons dat het mogelijk was om in 3 dagen de Chopicalqui te beklimmen en aangezien we nog 4 dagen over hadden, leek ons dat wel een goed idee. We hadden natuurlijk andere dingen kunnen gaan doen: paardrijden, relaxen, souvenirs kopen etc. Maar nee, wij wilden per sé nog 1 berg beklimmen. Toen we bij het gidsenbureau informeerden, werd ons verteld dat er net die dag een ongeluk gebeurd was op de “Chopi”. Een drager gehad een steen op zijn hoofd gekregen en lag nu in coma in het ziekenhuis. Ook van anderen hoorden we dat er inderdaad een steenslag-gevaarlijk stukje in de route zat, dus we wisten dat we uit moesten kijken….

We gingen op weg, na een rustdag ( en nacht, waarin ik me niet geheel lekker voelde oftewel duidelijk kon merken dat het eten me niet goed gevallen was oftewel mijn maaginhoud met bacteriën en al van het eten van die avond eruit gooide). Het Basiskamp sloegen we over: we gingen direct door naar het Morenenkamp op 4400 m, deze keer alles zelf dragend. We konden helaas geen ezeltjes vinden die het leuk vonden om over steile morenen te trampelen met hun hoefjes…. Hier stonden we met een aantal Spanjaarden en een Amerikaanse gids met zijn Egyptische klant en Cyrillo, hun drager. Het gesprek van de dag was het ongeluk, wat zich op nog geen 200 meter van ons vandaan voltrokken had en we besloten vroeg op pad te gaan, om eventuele steenslag voor te zijn. 

Inderdaad zag ik de volgende dag bij het stijgijzers aandoen tot mijn schrik op 2 meter van me vandaan een aantal roodgekleurde stenen, waarop ik een aantal meters opzij ging op mijn stijgijzers verder onder te binden. Thijs was een aantal honderden meters achter me en eenmaal veilig op de gletsjer, wachtte ik- speurend naar vallende stenen- tot ook hij uit de gevarenzone was. Na 10.30 vielen hier massa’s stenen naar beneden, doordat de rotsen (en de kleine watervallen) ontdooiden en legio stenen meenamen naar beneden. Gelukkig ware we vroeg vertrokken en viel het nu nog mee. Twee Duitsers die we onderweg tegenkwamen, vertelden ons dat ze de top niet hadden gehaald i.v.m. de aanhoudende wind en kou.

Hierna ging het nog 600 m omhoog, over, door en langs gletsjerspleten, die soms spectaculair breed ( en vooral diep) waren. Ik moest met mijn korte beentjes af en toe erg mijn best doen om erover te springen en niet per ongeluk erin.

Na een lange, moeizame tocht ( deze keer had Thijs er wat moeite mee), kwamen we aan op 5600 m, de plek waar we ons Gletsjerkamp opsloegen. Er waren al grote vierkante standplaatsen in de sneeuw van een vorige groep, dus we zochten de rechtste uit en zetten onze tent op. Hierna volgde een middag van sneeuw smelten, soep en thee koken, kletsen met de inmiddels gearriveerde buren, die beëindigd werd met een fantastische zonsondergang, met uizicht op de Huascaran Norte en Sud, de Pisco, Yanapaja en vele andere bergen. Toen de zon eenmaal onder was, kwam de wind….Hij rukte zo hard aan de tent, dat we af en toe dachten dat we 800m lager wakker zouden worden….

Maar… om 00.40 werden we gewekt door de Amerikaanse gids, die we als wekker hadden ingeschakeld omdat die van ons niet meer werkte. Een klein uur later gingen we op pad, hoewel we onze twijfels hadden over het halen van de top i.v.m. de nog steeds woedende storm. We besloten te gaan zover we konden, zonder overmatige risico’s te nemen. In het schijnsel van de bijna volle maan liepen we- zonder al te veel moeilijkheden- naar het begin van de eerste ijsval. De maan verborg zich langzaam achter de bergen en aangezien de batterijen van mijn lampje het net op dat moment begaven, werd ik genoodzaakt om deze 60 meter 55 graden steil ijs in het donker te klimmen. Geen probleem, maar eenmaal boven probeerde ik de batterijen toch te verwisselen, wat me bijna een bevroren hand opleverde. De wind was nog steeds niet gaan liggen, wat voor een gevoelstemperatuur van – 40 gr  C zorgde. We voelden allebei onze tenen niet meer en we overwogen om terug te gaan. Omdat het bijna licht zou worden, besloten we toch om door te gaan. We kwamen bij de bergschrund (randspleet ) waarvan iemand in Huaraz ons verteld had, dat hij door de enige sneeuwbrug erover was gezakt. Inderdaad konden we geen sneeuwbrug vinden en na 45 minuten omstebeurt proberen er overheen te klimmen (wat niet eenvoudig was, omdat de spleet zeker 1,5 m breed was en daarboven een steile sneeuwwand begon waar je ijsbijl het niet in hield), kwam de Amerikaanse gids aan, die zei dat je 20 m verderop naar rechts wel over de spleet kon komen. Dit ging inderdaad gemakkelijker en na de steile wand hadden we eindelijk uitzicht op de top. Het was inmiddels 6.30 en in de verte zagen we de zon opkomen. Om 7.00 uur stonden we ( als eersten) op de top, al was het maar voor een paar minuten vanwege de nog steeds aanwezige storm. Snel maakten we enkele topfoto’s. We daalden af naar de tenten, waarbij we alles afklommen, bang dat we waren om bij het stilstaan voor het maken van een abseil te bevriezen. Toen we bij de tent aankwamen, lag deze net in de zon, zodat we beschut voor de wind, konden ontbijten en ontdooien. Het was inmiddels 9.00 uur en de tijd drong. Als we niet op tijd bij het gevaarlijke plekje met de steenlawines aankwamen, moesten we misschien nog een dag op de gletsjer blijven. Hier hadden we niet zo’n zin in: Ik wilde nog een hoop cadeautjes en souvenirs kopen in Huaraz en Thijs had visioenen waarbij een chocoladetaart telkens de hoofdrol speelde. Snel de tent afbreken dus en naar beneden lopen. Net voor twaalven kwamen we in  het Morenenkamp aan, waar het nog even zoeken was naar de achtergelaten groene vuilniszak met eten en kleren, voordat we verder konden afdalen. Om 1600 uur waren we beneden aan de weg, waar een corrupte taxichauffeur ons naar beneden bracht terwijl hij probeerde ons veel teveel te laten betalen. 

Om 18.30 zat Thijs aan zijn eerste stuk chocoladetaart en 3 uur later, na een heerlijk diner, begon hij aan zijn tweede. Hij had het verdiend: storm en kou trotserend was hij boven gekomen, op zijn vijfde zesduizender, zijn derde in Peru en zijn vijfde top deze vakantie. Bijna waren we omgedraaid; de berg was technisch niet moeilijk, maar met die wind bijna onmogelijk. Toch hadden we doorgezet, zoals we deze vakantie al een paar keer op onze tanden hadden moeten bijten en door hadden moeten zetten. Samen waren we er altijd doorheen gekomen, elkaar steunend op de moeilijke momenten, wetend dat we op elkaar konden rekenen bij het klimmen en gewoon zo. Deze berg was een uitdaging die alle eerdere bergen die we beklommen hadden te boven ging en waarvoor we de ervaringen van al die eerdere bergen nodig hadden om hem te kunnen beklimmen. Gelukkig hebben we de kans gehad om die ervaring op te doen en we zijn er sterker uitgekomen. 

Hopelijk heeft u kunnen meegenieten van onze avonturen. De hele website is er ten slotte op gericht, om mensen die we kennen, te laten weten wat we zoal doen in de ( voornamelijk) bergen, maar ook om de mensen die we niet kennen te laten lezen over onze tochten en bergen, wandelingen en natuur. Misschien doet u ideeën op en gaat u volgend jaar zelf naar Zuid-Amerika of een van de andere landen waar we over schrijven. Mocht u nog vragen hebben of opmerkingen over het een en ander, voel u dan vrij om naar de webmaster te emailen. Wij lezen en beantwoorden graag alle mails.

Groetjes Thijs en Femke


Huaraz, 13 augustus 2005

Hoi allemaal,

We zijn weer  in Huaraz. Gisteren zijn we terug  gekomen uit de bergen, na een spannende en enerverende week. We waren 4 augustus vertrokken met het plan de Quitaraju ( 6036 m) en Alpamayo ( bijna 6000 m [5947m]) te beklimmen vanuit 1 kamp en daarna met twee Amerikaanse vrienden (inmiddels) even de Huascaran op te lopen ( 67.. m [6768m]). Dat liep dus even anders allemaal.

Het begon al met het feit dat we 3 uur vertraging hadden omdat we geen taxi hadden genomen maar een collectivo (die wacht tot hij vol is, dus tot hij 11 mensen erin heeft). Uiteindelijk hebben we maar voor de 2 laatste passagiers betaald. Wel mochten we een zak met eten stallen bij de chaffeur thuis voor de tocht naar de Huascaran. Naar basiskamp is het 2 dagen lopen, dus we huurden een ezelman in met 2 ezels voor onze bagage. Halverwege kampeerden we bij een prachtig meer en de ezelman genoot van ons heerlijke eten. De dag erna sloegen we basiskamp over en liepen we meteen door naar Morenekamp op 4800 m, met op onze hielen 5 Russische Canadezen van 40-50 jr oud. Dit keer moesten we wel al onze bagage meezeulen, wat erg zwaar was! Het weer werd er intussen niet beter op, zodat we de volgende dag gezellig met de Russen zaten te dobbelen en thee te drinken ipv naar Colkamp te gaan. De volgende dag was het weer iets beter ( geen sneeuw), dus we vertrokken verder naar boven. Het was nog een hele klim, over een prachtige gletsjer met veel spleten en 2 steile stukjes, waarbij beide ijsbijlen van de rugzak getrokken moesten worden. Zeker met de zware rugzakken was het een heel geploeter en pas om 1600 waren we bovenop de col ( 5500 m).  Na 20 m afdalen aan de andere kant, konden we onze tent opzetten op een vlak stuk ( Colkamp). De Russen volgden en ze waren net op tijd voor de thee.

De volgende ^dag^ vertrokken we om 3.00 uur, maar het weer was slecht ( bewolkt, mistig en af en toe sneeuw) en de wand was steil, zodat we alles afzekerden met pickets ( megatentharingen) en om de beurt voorklommen. Hierdoor verloren we veel tijd en zelfs met de Russen op onze hielen, haalden we de top niet voor het donker. Met nog maar 1 touwlengte te gaan, moesten we omkeren, omdat het al 16.30 was ( zo waarschuwde Alex ons). Balen!!!!!! We waren bijna op 6000 meter.

We seilden ab terwijl het langzaam donker  werd. De Russen waren zo lief geweest om op ons te wachten en hadden een touw voor ons klaar hangen om over de randspleet ab te seilen ( je moest over een heel rot sneeuwbruggetje boven een diepe spleet, wat moeilijk te vinden was in het donker). Samen met hen liepen we in het pikkedonker, de mist en de sneeuw terug naar de tenten ( ze hadden GPS!!!), waar een achtergebleven Rus voor ons gekookt had. Samen genoten we van de rijst en het gedroogde vlees, terwijl de sneeuw zachtjes op ons neer daalde.

De volgende dag een rustdag. Wederom thee drinken, dobbelen en van al het eten genieten dat de Russen ons aanboden (omdat wij toch een beetje te weinig bij ons hadden!!). Het weer was lala, het sneeuwde nog even behoorlijk, dus vroeg het bed in. De wekker  ZOU om 2.00 gezet worden ditmaal (door een niet nader te noemen persoon). Niet dus. Om 5.06 werd ik spontaan uitgeslapen wakker, met het idee dat het wel licht leek te worden. Na eerst de schuld nog even op de maan geschoven te hebben, keek ik toch maar even op de wekker. Na een scheldkannonade was Thijs ook wakker en snel kleedden we ons aan. Geen tijd voor ontbijt, GAAN! De Russen bleken niet te gaan omdat Alex keelpijn had ( en de inmiddels aangekomen Oostenrijkers gingen ook niet, door hoogteziekte?), dus we waren de alleen op de berg.

De hele dag klommen we in een stralend zonnetje, zonder al te veel zekeringen deze keer en meestal simultaan. Alleen de laatste lengte klom Thijs goed gezekerd  (voor zover dat ging) omhoog, door slush puppy-ijs, waar je niet bijzonder blij van wordt. Uiteindelijk kwamen we op de graat, vanwaar een spannende 100 meter naar de top volgde, over overhangende stukken ijs en sneeuw ( Wachten). Terwijl we de Russen in de diepte zagen afdalen naar Basecamp,  besloten we om de top aan hun op te dragen. Zonder hen hadden we het een stuk moeilijker gehad om de top te halen ( of we hadden hem wel gehaald de eerste keer, maar waren daarna hopeloos verdwaald geraakt in het donker). Na de nodige topfoto´s daalden we af en seilden 8 lengtes ab tot de zonsondergang ons ( lees: Femke) dwong om te stoppen voor foto`s. Werkelijk prachtig!!! Wat een geluksgevoel! Overal om ons heen gloeiden de bergen in het avondrood.
De laatste lengtes seilden we in het donker ab, wat geen probleem was, want dat hadden we al eens eerder gedaan. Alleen het sneeuwbruggetje over de bergschrund kon ik niet vinden, zodat ik, bewapens met 1 ijsbijl, maar een nieuw bruggetje verzon. Gelukkig hield deze, hoewel het ijs flinterdun was. Een beetje adrenaline kon geen kwaad, ik zat toch aan touw... Om 2100 uur kwamen we in Colkamp aan, waar we dit keer helaas zelf moesten koken, maar waar we ook een hele zak tochtenvoer in onze voortent vonden, die de Russen voor ons hadden achtergelaten ( wat een schatjes!!!).Toch ontbijt morgen!!Na een heerlijk maaltje van Ravioli en soep, gingen we onze slaapzak in ( eigenlijk lagen we daar al in, omdat we vanuit daar kookten vanwege de kou).

De volgende dag sliepen we lekker uit en werden we gewekt door het geluid van....Russen!!! Waren daar onze vrienden weer? Het bleek een andere groep Russische Canadezen te zijn, ook uit Toronto, die de vorige dag in Colkamp waren aangekomen. Ze gingen ook hun geluk beproeven op de Quitaraju en daarna wilden ze de Alpamayo op. Wij hadden inmiddels al besloten dat de Alpamayo er te gevaarlijk bij lag. Er hing veel te veel ijs boven je hoofd, ook als je hençm via de French Direct zou beklimmen. Wel liep er een spoor tot halverwege in de Ferrariroute, maar ook deze was blijkbaar dit seizoen nog niet helemaal beklommen. Geen wonder met een Wachte ter grootte van een aantal vrachtwagens boven je...

`s Middags braken we de tent af en begaven we ons weer naar de col. Na een leipe abseil - ik verdween via een overhang bijna  in een hele diepe spleet, waar je onmogelijk uit kon klimmen, doordat het touw teveel naar rechts hing en ik doordat ik vogelvrij hing moeilijk de overkant kon bereiken- liepen we over de gletsjer terug naar Morenekamp, waar vandaan we meteen doorliepen naar Basekamp. Hier wachtte ons een heerlijk bord pappas fritas con huevos (gebakken ei met friet) bij een gezellig haardvuurtje in een schuur ( wat later de keuken, slaapkamer en woonkamer van een familie bleek te zijn). Hoewel de omstandigheden niet echt schoon waren ( verre van, er was geen stromend water, laat staan een aanrecht, stoelen, tafels of een wc), besloten we dat onze honger toch te groot was en de pappas fritas toch te lekker roken om ze te laten staan. Tot op heden geen problemen.

Gisteren liepen we het hele stuk naar Cashapampa ( de plek waar de collectivo ons had afgezet de eerste dag)  in een keer terug ( 7 uur), onderweg kletsend met een (Duitse ditmaal) tweeling, die we in Basecamp ontmoet hadden (en op de Ishinca en Tocllaraju). Met hen gingen we ¨cebicha¨ eten ( rauwe vis met citroensap) omdat zij er de vorige keer niet ziek van waren geworden in dat restaurant en wij deze lokale specialiteit toch eens wilden proberen.

Vanmorgen zijn we vroeg opgestaan om afscheid te nemen van de Russen in hun hostal, waar ze ons wederom trakteerden op een hoop overgebleven lekkers. Tochtenvoer genoeg nu dus voor de volgende tocht, die morgen van start gaat: de Chopicalqui ( 6305 m).

Liefs,

 

Thijs en Femke

^Top


Huaraz, 3 augustus 2005

Morgen vroeg om een uurtje of 4.00 vertrekken we richting Caraz om vandaar uit naar het Alpamayo basecamp te gaan. Waar we na twee dagen aan zullen komen... eerst proberen we ons geluk op de Quitaraju North Face. Als de condities het toe laten proberen we daarna de Alpamayo via de French direct route:
http://www.summitpost.org/show/mountain_link.pl/mountain_id/328.
In de laatste week wagen we een poging op de Huascaran Sur via El Escudo ofwel The Shield:
http://www.summitpost.org/show/mountain_link.pl/mountain_id/72
Als het goed is zijn we op de vooravond van onze vlucht weer in Huaraz om in de nachtbus naar Lima te stappen en terug te vliegen naar Nederland.


^ Top


Huaraz, 1 augustus 2005

Alweer een beetje bijgekomen van de vermoeiende, maar prachtige week, maken we plannen voor de volgende beklimmingen. Gisteren tijdens een uitermate lekkere BBQ (doen ze hier ook, ja, maar dan met kippen die vers ( lees levend) worden aangeleverd), hebben we met 2 Amerikaanse klimmers, die we in het gletsjerkamp ontmoetten, overlegd wat de opties zijn. We horen tegenstrijdige berichten over de Alpamayo ( 5947 m); nu zou hij ineens wel te beklimmen zijn, evenals de Huascaran Sur ( 6768 m). Aangezien dit twee van onze doelen waren, overwegen we om ze alsnog te gaan doen. Maar er zijn ook andere bergen, die zo mooi zijn, dat ze het verdienen om beklommen te worden. Afskien is niet echt meer ter sprake, aangezien de sneeuw ijs is, en het een heel gesleep is met die skies. De echte skiebergen hebben we of gehad, of zijn te gevaarlijk om te beklimmen. Ook omdat we zonder skies een graadje moelijker kunnen klimmen, laten we ze liever in het hostal achter. Voorlopig hebben we nog geen beslissing genomen; eerst met een aantal gidsen praten, over wat zij van de condities vinden. Maar dat er nog geklommen gaat worden, staat vast! We zijn in superconditie en goed geacclimatiseerd, en het weer is stabiel strak blauw, dus wat houdt ons tegen?

Maar eerst wat cultuur happen; even naar de UNESCO-site Chavin de Huantar, een tempelcomplex van 3000 jaar oud, hier vlak om de hoek.

 

Ondertussen hopen we dat jullie ook genieten van het mooie zomerse weer ( ?) en eventuele vakanties. We vinden het altijd leuk om iets uit de andere kant van de oceaan te horen ( of waarvandaan dan ook) en wij laten ook snel weer van ons horen!

Liefs, Thijs en Femke

 

PS zie ook de rest van de foto's

^ Top


Tocllaraju Gletsjerkamp, 29 juli 2005

Na een zware klim van 600 hoogtemeters zetten we de tent op in het gletsjerkamp op 5000 m. Vanuit hier hebben we een geweldig uitzicht op ons doel: de Tocllaraju. De zon gaat hier pas om 18.00 uur onder, in tegenstelling tot in het basiskamp, waar hij al om 16.00 uur weg is. Dit zorgt voor een spectaculaire zonsondergang, waarna het helaas onmiddelijk begint te vriezen. Naast ons kamp staan twee tenten met spanjaarden. Hun gids Felix oefent bij onze aankomst in het gletsjerkamp nog even op mijn skies. Hij is zo enthousiast over het skien; hij is al twee keer naar Zwitserland geweest om de beginselen te leren en nu komt hij met veel gezwaai van armen en benen naar beneden suizen. Hij was een paar dagen geleden in het basiskamp al nieuwsgierig komen vragen wat wij met onze skies van plan waren. Hij was ook erg verrast toen wij hem een paar dagen later berichtten, dat we vanaf de top van de Ishinca (5530m) naar beneden waren geskied. De Ishinca hadden we vanuit een koud bivak op ongeveer 4900m beklommen via Noord-Oostgraad en afgeskied via de Zuid-Westgraad. Het was een erg mooie tocht met mooie uitzichten over de Cordillera Blanca.

 
Om 1.30 uur word ik door Femke gewekt met lekker warme limonade, die ze gemaakt heeft van de sneeuw rondom onze tent. Om 2.30 uur gaan we - gewapend met bivakmuts en donsjas tegen de kou en de stormachtige wind -onder het schijnsel van onze hoofdlampjes, op weg riching de eerste ijsval. De skies, die ruim boven onze rugzakken uitsteken, worden om de haverklap door de wind gegerepen. Femke moet een paar keer met beide ijsbijlen op de grond duiken om niet weggeblazen te worden. Bij de ijsval besluiten we dan ook maar om de skies achter te laten. Het vage schijnsel van mijn hoofdlampje laat slechts zien dat het komende stuk steil zal worden. Er is een vaag spoor. Ik trek de capuccion van mijn donsjas over mijn helm en begin aan de 60 graden steile wand. Na een meter of 20 bedenk ik me dat het wel eens tijd wordt voor een tussenzekering. Het ijs is van slechte kwaliteit, dus een ijsschroef is geen optie. Dan maar een picket ( een soort grote tentharing waarmee je zekert in de sneeuw), waarvan we er nog maar 1 hebben, omdat de andere in een spleet is gevallen.....

Hoe ver zou het nog zijn tot de top van de ijsval? Wordt het nog steiler? Ik besluit nog maar een stuk verder te klimmen. De wind blijft aan me trekken. Geconcentreerd klim ik door. Het ijs wordt harder. Na een meter of 6 kom ik een picket tegen, die in de sneeuw steekt, mooi!!! Deze picket blijkt op de helft van de ijsval te zitten. Boven vind ik er nog een en  ik maak er stand aan. Ik zit nu midden tussen grote seracs en vraag me af waar we verder moeten. Als Femke boven is, wordt het al langzaam licht. De route loopt verder door een grote spleet, waarin enkel erg delicate sneeuwbruggen liggen. Langzaam naderen we de graat; de wind blijft maar toenemen. Ik had nooit gedacht dat ik mijn extreem dikke donsjas ooit tijdens het klimmen zou dragen; normaal leidt elke beweging in deze jas tot een zweetbui! We omzeilen vele spleten en komen op de graat. Hier ontmoeten we ook het zonnetje, dat vergeefse pogingen doet om ons op te warmen. De laatste 80 m. tot de top is wederom een ijswand. Femke klimt dit maal voor. Na een erg brede bergschrund (Dit is een spleet tussen rand van een ijswand en de gletsjer) beklimt ze een erg brosse ijswand. De laatste meters gaan over een graad, die voorzien is van grote Wachten ( overhangen van sneeuw / ijs). Om 9.00 uur staan we dan eindelijk op 6032m, de top! We nemen snel een paar foto´s en beginnen aan de afdaling. De laatste 600 hoogtemeters skien we met veel plezier ons tentje tegemoet, waar we met zware benen in onze slaapzakken kruipen, terwijl buiten de wind nog steeds tekeer gaat. Na een lekker vriesdroog-Lambstew vallen we voldaan in slaap. Eindelijk rust.

 

              
Top Ishinca 5530m                               Top Urus Este 5420m                          Top Tocllaraju 6032m      


^ Top


 
Peru, 21 juli 2005


We zijn eergisteren terug gekomen van wat achteraf een 11-daagse trekking is geworden.

Hier een indruk van deze voetreis door de bergen van Cordillera Huayhuash:
 
Het is vreemd om hier na 11 dagen weer te lopen. Het is 7.30 ´s morgens, ik loop op het stenenpad naar Llamac. Het gaat een stuk gemakkelijker dan op de heenweg, toen we deze 900 meter in omgekeerde ( lees: stijgende) richting liepen. Alles lijkt zo anders nu. Het zonnetje schijnt en de bomen en bloemen geuren alsof ik ze nooit eerder geroken heb. Ik zie stenen hutjes met rieten daken, die ik op de heenweg niet gezien heb. Ik hoor vogels, die de vorige keer leken te zwijgen. Toen liep ik hier te zwoegen, vloekend op de zon, de hoogte,  het aantal stijgmeters tot de pas, het gewicht van mijn rugzak (waarin voor 12 dagen eten zat) en mijn conditie. Waaraan dacht ik toen? Wat waren mijn verwachtingen van deze trek? In ieder geval wist ik toen nog niet dat de sneeuwbergen waar we vlak langs liepen, zo mooi en groot zouden zijn. Dat de meren waaruit we verse zalmforel aten, zo´n intens diepblauwe kleur zouden hebben. Dat het water in de beekjes waarin we ons wasten, zo koud kon zijn. Dat sommige passen waar we overheen moesten, zo steil en hoog zouden zijn ( tot 5000 m). Dat de mensen die we ontmoetten, zo mooi, vriendelijk, en gastvrij zouden zijn en zoveel jonger dan hun uiterlijk deed vermoeden.
 

11 dagen lang hebben we genoten van het mooie strakblauwe weer, afgewisseld met een paar witte wolken en pas op de laatste dag 3 spatten regen, een groen-geel-goud-bruingekleurd graslandschap, met rare wollige cactusformaties, waarvan ik in eerste instantie dacht dat het schapenwol was, vetplantachtige moeraspollen, waarop je sprong om je voeten droog te houden als je door een stukje drassig moerasland moest, kleine gele bloemetjes, die op paardebloemen leken, alleen dan zonder steel, kronkelende stroompjes met hun oevers diep uitgesneden in het landschap, waaraan ´s morgens vroeg rijen ijspegels hingen, dieren als condors en lama´s, maar ook veel schapen met lammetjes, grappige ezeltjes en valse honden ( waarbij een steen in je hand beter werkt dan een skistok, die ze het liefst meteen in honderdduizend stukjes verscheuren, waarna jij aan de beurt bent als je niet oppast).


De zwaarte viel achteraf wel mee, ondanks dat men zegt dat dit, naast de eenna mooiste, ook een van de zwaarste trekkings ter wereld is. Je went er snel aan om constant boven de 4000 meter te vertoeven. Na 4-5 dagen ging de hoofdpijn vanzelf over en tot echte misselijkheid of kortademigheid is het niet gekomen. Ook het feit dat je elke dag zo´n 700 tot 1000 meter stijgt en afdaalt, wordt snel een dagelijks ritueel, evenals het opstaan, tent opzetten of afbreken, koken, afwassen en filteren van water, wat absoluut nodig was ivm de hoger gelegen kamprestanten, die we keer op keer tegenkwamen langs de riviertjes en die varieerden van uitgegraven wc-gaten met inhoud tot resten van ( ter plekke geslacht) dierlijk afval. Dat er meerder mensen zijn die deze trekking maken, merkten we dus al snel, hoewel de meesten vergezeld werden van ezels, pony´s, koks en gids.
 

Zo hebben we een aantal kampen gedeeld met een groep Israelische ex-dienstplichtigen (zowel jongens als meisjes) en een Israelische broer en zus die hun moeder meesleepten, die het wonderlijk goed volhield op haar 51- jarige leeftijd en met wie we vrienden voor het leven zijn geworden. Ook was er de plaatselijke bevolking met wie we kennis maakten. Deze mensen leven van vee en brandbouw, waarbij ze aardappels, mais en graan proberen te verbouwen op de steile hellingen aan de voet van de vijf- en zesduizenders. Ze zagen ons tentje en kwamen aanlopen of aanscheuren op hun pony. Zo ook Edgar, een jongen van 11, die ver van de bewoonde wereld in een paar eenvoudige hutjes leeft bij groot meer met zijn bejaard lijkende ouders. Hij fokt pony´s en stoer liet hij ons zien hoe hard hij op zijn 3-jarig hengstje kon rengallopperen in het licht van de opkomende maan. Hij was het, die even later met twee verse zalmforellen kwam aanzetten en terwijl we hem voorzagen van een kopje thee met een koekje, showde hij ons trots zijn transistorradio, waarop over enkele minuten een voetbalwedstrijd te horen zou zijn. Ja, hij kende ook Nederlandse voetbalteams; Ajax, Finoord en PCV. Emotioneel nam ik de volgende ochtend bij ons afscheid zijn moeders kussen op mijn wang in ontvangst, als dank voor een half miniblikje Nivea, wat 100 jaar te laat gekomen leek te zijn.
 

Dat ik dit allemaal ging meemaken, had ik me 2 weken geleden niet kunnen voorstellen. Wat is de wereld toch veranderd in die tijd. Of ben ik veranderd? Ben ik Peru een beetje gaan begrijpen? Nu ik hier loop, zie ik mensen, die vriendelijk groeten. Een boer met een sikkel maakt niet vermoedend dat ik nog steeds geen Spaans spreek een praatje met me en een oude vrouw stopt een bloem in mijn haar. Het is nog maar een klein stukje naar beneden en ik zie de daken van Llamac al. Met de zonsondergang van gisteravond, toen we na een lange, vermoeiende dag, op de laatste en eerste pas kwamen, met uitzicht over heel Peru, nog vers in mijn hoofd, begin ik te fluiten. Een ezelmoeder die langs de kant van het pad met haar veulen staat te knuffelen, maakt het verhaal af.

 

De volgende beklimmingen staan voor de komende weken op het programma:


Urus Este (5420m)                                 Ishinca (5530m)


Tocllaraju (6032m)                               Ranrapalca (6162m)

Voor een uitgebreide beschrijving van deze bergen en het klimgebied, kijk op http://www.summitpost.org/show/mountain_link.pl/mountain_id/42

^ Top


 

Peru, 8 juli 2005

Hijgend van de hoogte en met een lichte druk in ons hoofd stoppen we op 4200 m om een uur of 16.00. We hebben net een mooie wandeling gemaakt richting Laguna Churrup. Het landschap hier is echt fantastisch, een afwisseling tussen de tot 5000 m hoge ´heuvels´ van de cordillera Nergra en de witte zesduisenders van de cordillera Blanca. Overal kom je herderinnetjes tegen met een paar schapen of koeien. De dorpjes bestaan uit enkele hutjes van leem en strooien daken. Helaas moeten we omdraaien, omdat we anders de laatste ´collectivo´ richting Huaraz missen. We zijn pas laat vertrokken, omdat we verhuisd zijn naar een ander hostel. De afgelopen dagen hebben we Huaraz verkend en bij de verschillende gidsen en bureautjes informatie over de condities ingewonnen. Het belooft veel goeds, alleen de Alpamayo ligt er dit jaar erg gevaarlijk bij. De acclimatisatie gaat goed en voor alsnog hebben we geen problemen met het lokale eten. Ten opzichte van 1997 is Peru erg vooruit gegaan!! Dat is goed om te zien. Morgen vertrekken we voor een 10-12daagse trekking naar de cordillera Huayhuash. Dit is het afgelegen berggebied waar Joe Simpson in ¨Touching the void¨ schrijft. 
We zullen tijdens deze trekking enkele passen van tussen de vier en vijf duizend meter moeten overwinnen. Ook zullen we voor 12 dagen voedsel mee moeten dragen. Dadelijk nog de laatste dingen in onze rugzakken stoppen en dan vroeg naar bed.. morgenvroeg om 5.30 vertrekt onze bus.

Groetjes,

Thijs en Femke

Hieronder vind je een aantal kaarten van de Cordillera Huayhuash en Cordillera Blanca: (http://www.andeanexplorer.com/english/home.htm)
 



^ Top


Peru, 6 juli 2005

Allereerst namens de kinderen in Peru bedankt voor jullie sponsoring!  We hebben al van een heel aantal mensen een toezegging gekregen. Ook gedurende de tijd dat we in Peru zitten, kunnen jullie nog steeds inschrijven!!! We hebben inmiddels al door dat het geen overbodige hulp is; het is echt een arm land!
 

We zijn eergisteren aangekomen in Lima, na een rustige vlucht. We hoefden geen overgewicht te betalen, hoewel we inclusief skies 59 kilo bij ons hadden (onze handbagage er nog niet bij gerekend). Hoe dit kan, is ons een raadsel. In het vliegtuig leerde we een Peruaanse vrouw kennen, die in Duitsland woonde. Zij waarschuwde ons voor de criminaliteit en corruptie in Lima. Onze eerste confrontatie met deze harde werkelijkheid was al op het vliegveld, waar een zeer net ogende juffrouw achter een balie waar je hotels e.d. kon reserveren, DEED ALSOF ze het hostel (Macchu Picchu) belde, wat we via de LP hadden uitgezocht. Hier was natuurlijk geen plaats,  zodat ze ons een ander, duurder hostel kon slijten. Gelukkig hadden wij hulp van de Duits-Peruaanse vrouw, die nog eens voor ons belde en reserveerde. Het bleek dat de baliemedewerkster nooit ons hostel had gebeld. In dit hostal Macchu Picchu werden we hartelijk ontvangen.

Na een goede nacht namen we de bus naar Huaraz, waar we een extra plaats moesten kopen voor onze bagage. De busreis was adembenemend mooi. Eerst reden we langs de zee, over hoge zandduinen en daarna klommen we door de gele graslanden naar Huaraz. Onderweg kwamen we genoeg mooie fotomomenten tegen om een hele kaart te vullen. Femke had dan ook geen puzzelboekjes nodig om zich te amuseren. Ook kwamen we genoeg gekke dingen tegen, zoals altijd als je aan het reizen bent. Zo zagen we tijdens een lunchpauze hoe een man op een andere, geparkeerde bus klom met een plukje gras in zijn hand. Hij ging even het schaap voeren, dat bovenop de bus meereisde, onder het net met bagage. De bus ging van Huaraz naar Lima (7 uur).

Huaraz is een klein stadje aan de voet van de bergen. Hier hebben we dan ook prachtig uitzicht op en we verheugen ons al om naar boven te gaan. Hier in Huaraz zitten we in een leuk, maar niet goedkoop hostal. Het is hoogseizoen en alles zit vol. We hadden nog geluk dat we hier terecht konden. Verder is iedereen ontzettend behulpzaam, van de taxichauffeur tot de mensen bij de klimwinkel en de internet-shop. Gisteravond hebben we lekker gegeten bij een creperie, die ons aangeraden werd door een berggids. We zijn nog steeds niet ziek, dus het was een goede tip. Verder koken we zoveel mogelijk zelf om diarree te voorkomen. Ook met de hoogte gaat het goed. We zitten hier op meer dan 3000 meter en het ademhalen gaat inderdaad iets sneller als je hard de berg oploopt, maar we hebben nog geen koppijn en we slapen goed.

We gaan de komende 3 dagen inkopen doen voor de trekking en het klimmen en wennen aan de hoogte door het maken van korte inlooptochtjes. Ook gaan we enkele historische plekken en warm-waterbronnen bezoeken.
Voordat we de bergen ingaan, zullen we ons nog eens melden.

Liefs,

Thijs en Femke

^ Top


De voorbereiding:

Pitztal, hemelvaart 2005

 We zijn woensdagmiddag (16.30) vertrokken en in 1 keer doorgereden naar de Alpen. Naar Oostenrijk, Pitztal. Daar hebben we in de donkere regen ons (nieuwe) tentje opgezet aan het einde van het dal en de volgende dag zijn we tussen de buien door met ski's en tent op de rug naar boven gelopen. Alleen het laatste stukje konden de ski's onder de voeten. We hebben ons tentje bij deze onbemande hut (2434 m) neergezet en zijn daarna lekker de hut ingekropen, waar we een vuurtje gemaakt hebben en een kopje soep. Die dag kwam er nog een Duits stel naar boven, zodat we de avond gezellig met zijn viertjes hebben doorgebracht. Zij hadden toevallig een aantal bergen in Peru beklommen die wij ook willen gaan doen, dus dat was wel handig.

De volgende dag (nadat ik met 2 extra dekens uit de hut de nacht in ons tentje comfortabel overleefd had) gingen we pas laat op weg. Het sneeuwde de hele tijd, maar we wilden toch naar buiten. Na een paar honderd meter moesten we al opgeven; de route die op de kaart stond, was niet goed te zien door de mist en sneeuw en het zou een steil pad door de rotsen zijn, dus dat leek ons te gevaarlijk zonder zicht. Even overwogen we om nog door een couloir de "huis"berg te beklimmen, maar daar lag ook te veel sneeuw in. Met ski's was het te steil en zonder zakte je weg tot je oksels! Dus binnen 2 uur stonden we weer in de hut. Het Duitse echtpaar werd ingeruild voor 2 jongere jongens (een Duitser en een Amerikaan  en terwijl zij onze route van die ochtend nog eens dunnetjes overdeden, oefenden wij met lawinebiebs en poogden we de hut te beklimmen ( Thijs). 's Avonds, na de nodige potjes yahtzee zijn we maar weer in ons tentje gekropen.

De volgende dag, nadat de twee andere gasten naar beneden vertrokken waren omdat er te veel sneeuw lag, besloten wij om  een serieuze tocht te maken. Ik weet nu al niet meer hoe de berg heette, maar ze zag er mooi uit (op de kaart dan, want  in het echt hadden we nog geen berg gezien). Over de gletsjer omhoog, de morenerug op en: ZON!!!!!  Nu pas zagen we dat het hele gebied totaal maagdelijk was. Er stonden nergens sporen en het was helemaal verlaten. Supermooi!! Dat moest natuurlijk gevierd worden met een hardkekje met tonijn. Het was toch al lunchtijd. Nu de wolken waren opgetrokken, konden we ook ons doel zien. Helaas bleek dat we door een nogal steile flank moesten. Er lag veel te veel sneeuw in, die zo verwaaid was, dat er een nogal lawinegevaarlijke situatie ontstaan was. Wij durfden het niet aan en kozen ervoor om door een mixed rotsbandje cq ijswandje te klimmen. Terwijl we zo lekker zaten te lunchen (en fotograferen) betrok de hemel  en voordat we bij het rotsbandje stonden, begon het alweer te sneeuwen. We besloten om toch door te gaan. We waren ten slotte gekomen om te trainen voor Peru en ook tijdens zware weersomstandigheden moet je kunnen blijven functioneren. Dus gingen de ski's op de rug en terwijl ik toekeek en verkleumde, klom Thijs het eerste stukje voorop. Daarna volgde ik, met mijn nieuwe ijsbijltjes!

Hoewel we eigenlijk gekomen waren om ijs te klimmen, slaagden we er niet in om fatsoenlijk ijs te vinden onder de dikke laag sneeuw en nadat ik ook nog een poging gedaan had om me door de dikke sneeuwlaag heen te worstelen, besloten we om maar naar de lekker warme hut terug te keren. Inmiddels hadden we GEEN zicht meer en het leek ons niet verantwoord om verder te gaan. Het bleek niet makkelijk om de weg terug te vinden, daar alles wit was (als lucht en sneeuw dezelfde kleur hebben, weet je op een gegeven moment niet meer of je door de sneeuw vliegt of door de lucht skiet.) We wisten  de enorme afgrond, die op de kaart stond, te omzeilen en na een klein uurtje zaten we weer lekker achter een kop warme chocomel in de hut.

Gelukkig hadden we de tent al afgebroken, want het stormde inmiddels behoorlijk (hoewel het wel een goede vuurdoop geweest zou zijn geweest voor ons tentje).We sliepen die nacht in het winterraum van de hut, terwijl de storm buiten verder raasde. Aan het geklapper van de luiken te horen, deed de wind hard zijn best om ook een plaatsje in de warme hut te veroveren.

De volgende ochtend werden we wakker in een totaal witte wereld. We konden nog niet eens de WC buiten zien (op zich geen groot verlies) en even wisten we niet of dat kwam doordat hij weggeblazen was in de storm of doordat het buiten zo mistte. Het bleek dat er een totale white-out was en even leek het erop dat ik nog een paar dagen extra vrij zou moeten opnemen. Gelukkig klaarde het een beetje op en door het nog steeds slechte weer daalden we af. Deze keer konden we tot in het dal (1700 m) skiën, (althans Thijs, met zijn toch al afgeragde ski's, ik heb de laatste helft gelopen). Nadat we wat verbaasde wandelaars gepasseerd waren vlakbij het dorp, konden we eindelijk onze normale, niet-stinkende kleren weer aan om een kopje chocomel te gaan nuttigen met  de veelbesproken en aan elkaar beloofde apfelstrudel in een plaatselijk hotel.

Dat was ons weekend. Aanstaande weekend moet ik helaas weekenddienst draaien hier om te compenseren voor alles wat ik hier net boven beschreef. Maarja, het was het dubbel en dwars waard!

Heel veel liefs,

Femke

^ Top

Femke en Thijs | Peru 2005 | Queyras 2003 | Groß Glockner 2001 | India 2001 | Zuid Afrika 2005 | Australië 2004 | LMC 2004 | Fotoalbum | Feedback

Deze website is voor het laatst bijgewerkt op 09/06/05 Webmaster    ©Tekst en foto's Femke en Thijs