Western Riding

Hoewel western riding ook in Europa steeds meer bekendheid verwerft, zijn de standaardvragen wanneer je vertelt dat je western rijdt nog altijd "Wat is dan het verschil met Engels rijden?" en "Waarom doe je dat dan?". Omdat er al vele goede sites zijn over western riding, de geschiedenis, de disciplines, het harnachement en de geschikte rassen (zie mijn favoriete  links) zal ik daar verder niet op ingaan. Op deze pagina zal ik alleen mijn persoonlijke visie op western riding, en alles wat ermee te maken heeft, duidelijk maken. Vooropgesteld: mits goed uitgevoerd vind ik elke rijstijl prima! Een mooie kür op muziek met een vrolijk, gewillig paard vind ook ik een lust voor het oog. Maar in de dagelijkse praktijk zijn er wel hele andere dingen te zien. Datzelfde geldt natuurlijk voor western rijden, met het populairder worden van deze sport zullen ook de misstanden toenemen. Maar in aanleg vind ik het zelf een betere manier om paard én ruiter af te richten.

Western en Engels: nulwerking van de hulp

    Western rijden, dat is toch gewoon cowboytje spelen? Met een cowboyzadel, een hoed, chaps, enorme sporen en lekker lange teugels door het bos scheuren? Bij de traditionele, Engels georiënteerde ruiters overheerst dit beeld helaas nog steeds. Western riding is echter gewoon een in essentie paardvriendelijkere, meer natuurlijke manier van paardrijden. In de VS is het vanzelfsprekend dat je western rijdt, maar hier in Europa zijn de westernruiters over het algemeen de mensen die geen vrede kunnen vinden met de Engelse rijstijl, en naar iets beters op zoek gaan. Het belangrijkste verschil met Engels rijden is het uitgangspunt van de nulwerking van hulpen.
    Ik maak even een vergelijking met het behalen van je rijbewijs. Wat is tijden de rijlessen nu het mooiste moment? Dat is wanneer, naarmate je dichter bij  je examendatum komt, je instructeur schijnbaar onbekommerd naast je zit, of zelfs achterin de auto gaat zitten. Waarom? Op dat moment laat de instructeur merken dat je het goed doet, dat hij zoveel vertrouwen in je heeft dat hij niet meer constant met zijn voet boven het rempedaal hoeft te hangen. Je kunt het nu alleen en dat doe je dan ook.
      Dit is precies wat het gevolg is van de nulwerking van de hulpen. Als het paard het goed doet geef je hem ook geen enkele hulp, en zolang je geen nieuwe hulp geeft blijft hij datzelfde doen. M.a.w. als het paard in een goed tempo loopt, hangen je benen ontspannen naar beneden langs het paard, zonder iedere pas aan te sporen (je moet dus wel je benen stil kunnen houden). Als het paard zijn hoofd op de juiste hoogte houdt, hangen je teugels in een boogje. Zo krijg je een paard dat op zijn eigen benen kan lopen en vertrouwen krijgt in de ruiter, want deze vertrouwt hem blijkbaar ook. Hier zijn wel een volledig onafhankelijke zit en rustige handen en benen voor nodig; als je hem geen hulpen wilt geven, moet je dat ook niet per ongeluk doen, en dus geen onwillekeurige bewegingen maken die het paard als hulp kan interpreteren. Hoewel hetzelfde geldt voor Engelse ruiters wordt dit hier toch zeer weinig in de praktijk gebracht. Zelfs op M2 niveau zie je nog ruiters die elke pas de sporen in hun in de krul getrokken paard duwen. Dat is toch zeker niet de bedoeling van dressuur?
Zonder hoofdstel
    Dit is mijns inziens de enige logische manier van paardrijden. Volgens de Engelse rijstijl moet je altijd teugelcontact houden, dus een constante (in het ideale geval zeer lichte) druk in de mond. Verwacht wordt dat het paard hier niet op reageert, dus wat er nu de bedoeling van is heeft nog geen enkele Engelse ruiter mij ooit kunnen uitleggen. Het paard kan op deze constante druk in zijn mond op twee manieren reageren. Ten eerste gaat hij langzamer lopen. Dat is ook waarom veel Engels ruiters hun paard iedere pas aansporen: het paard wordt van voren tegengehouden en moet dus van achteren constant bijgedreven worden. Dit is de omgekeerde wereld en mijns inziens dan ook compleet overbodig. Westernruiters doen hetzelfde een paar seconden om het paard te verzamelen, maar geven daarna direct na. Bovendien laten ze vanaf een bepaald africhtingsniveau de teugels los hangen, zodat ze eigenlijk overbodig worden. Voor een reiningruiter van een beetje niveau is het heel normaal om zonder hoofdstel te oefenen. Ook zonder enige teugelhulpen gaat het paard vanuit de galop in een sliding stop, rollback, spin of backup, stuk voor stuk oefeningen waarvoor volledige verzameling nodig is. Dát is paardrijden, en dát is waar iedere ruiter naartoe zou moeten werken (of hij het ooit bereikt is natuurlijk een tweede).

Sliding stop, duidelijk zonder teugelhulpen

    Een tweede reactie op die overbodige constante aanleuning is, dat het paard er niet meer op reageert, want blijkbaar vertelt die druk hem niks wat de moeite waard is om op te letten. Hij leert het dus te negeren en er zal in het vervolg een veel hogere druk toegepast moeten worden voor het paard doorheeft dat het hier wel degelijk om een hulp gaat. De drempelwaarde van de hulp wordt dus hoger, er is een zwaardere hulp nodig. Vaak wordt dit verklaard als "luiheid" of "dwarsheid" van het paard, en wordt er gegrepen naar scherpe bitten, langere sporen, zwepen of hulpteugels. Het is in de westernsport ongebruikelijk om met een zweep te rijden, het is door de manier van rijden meestal gewoon niet nodig.
    Zoals ik in het begin al zei, als het goed uitgevoerd wordt zou iedere rijstijl equivalent moeten zijn. Een paard is een paard. Inderdaad ben ik het eens met de grondbeginselen van de klassieke dressuur, die aan de basis van de huidige Engelse dressuur lagen. Maar in de huidige dressuur is daar vrijwel niets meer van terug te vinden. Natuurlijk kent ook de moderne westernsport excessen, zeker nu de sport zo'n groei doormaakt. Mensen die als vanzelfsprekend met een scherp scharenbit rijden en daar lekker misbruik van maken, paarden die veel te vroeg ingereden worden... Het is inherent aan elke sport waar geld verdiend wordt met dieren. Maar in aanleg is de westernstijl beter geschikt om beginnende ruiters op een verantwoorde manier te leren rijden dan de Engelse stijl. Het drukt je met je neus op de feiten, in plaats van dat je leert je tekortkomingen als ruiter te verbergen.

    Home

|Rex|  |Het baasje van Rex|  |Foto's Rex|  |Andere foto's|Filmpjes|  |Western riding|  |Endurance|

 |Dravers|  |Draver als rijpaard|  |Gangenpaarden|  |Guestbook|  |Boeken|  |Links|

 

 

Kleine en grote paarden

Een ander verschil tussen de western- en Engelse rijstijl is de stokmaat van de gebruikte paarden. Eigenlijk is dit meer een verschil tussen West-Europa en de rest van de wereld. Het is een vrij recent verschil; zoals we uit afbeeldingen kunnen afleiden zijn kleine paarden altijd favoriet geweest. Op afbeeldingen van de klassieke oudheid (zie rechts het reliëf van Alexander de Grote en zijn paard Bucephalus, 330 v.Chr.) tot ver na de Middeleeuwen (zie links ridders in een toernooi,  14e eeuw) zie je steevast ruiters op kleine paardjes zitten.          
Als je in aanmerking neemt dat de mensen toen kleiner waren dan nu, dan moet de stokmaat  van deze paarden rond de 1.35 hebben gelegen.
In de 18e of 19e eeuw raakten grote paarden echter in de mode; zij zagen er wat eleganter uit, en op een groot paard maakte een ruiter meer indruk. Er werden steeds grotere paarden gefokt.
In de rest van de wereld bleef men echter bij de kleinere paarden, die hen al eeuwen goede diensten bewezen hadden. Wel werd bijna overal wat Engels of Arabisch volbloed ingekruist om meer snelheid en vurigheid te verkrijgen, maar stokmaat en bouw bleven onveranderd. Ook de Europese Hogeschooldressuur bleef werken met de kleine, compacte barokke paarden zoals Andalusiers en Lippizaners. Westernpaarden zoals Quarterhorses zijn voor Westeuropese begrippen ook klein. Hun stokmaat ligt tussen 1.45 en 1.55, maar ze zijn stevig gebouwd. Een brede basis, relatief korte voorbenen, een korte, rechte rug en een sterke achterhand. Westeuropese warmbloedpaarden zijn daarentegen lang en smal, hoogbenig, met een lange hals, lange rug en met een aanmerkelijk minder sterke voor- en vooral achterhand.  
Een klein paardje is snel, wendbaar en beter in evenwicht dan zo'n lange slungel. Bovendien leent zijn constructie zich beter om een gewicht op zijn rug te dragen; de rug is relatief kort en breed. Het gevolg is meer draagkracht, meer balans, een gemakkelijker ondertredende achterhand, en dus een atletischer en handiger rijdier.
Nu zijn er nog altijd mensen die denken dat grote paarden sterker zijn, en dus beter bestand tegen het gewicht van een ruiter. Dit is echter een misverstand; niet de stokmaat, maar de bouw is bepalend. Shetlanders, de bekende schattige kinderpony's uit de Schotse Hooglanden met een maximale stokmaat van 1.10, zijn van oorsprong pakpony's. Ze droegen met gemak gewichten van 70 tot 80 kg door het woeste Schotse landschap, dus desnoods ook een volwassen man! Dit ziet er misschien niet uit, maar aan hun kracht zal het niet liggen. Door hun brede, korte rug en korte benen zijn ze even sterk als een warmbloed van meer dan een halve meter groter. Bij warmbloeden zie je bovendien vaker rugproblemen en beengebreken, ze zijn vatbaarder voor ziekten en minder sober in het onderhoud (hoewel het moeilijk te zeggen is of de oorzaak hiervan in de paarden zelf ligt of in de omgang, manier van houden en rijstijl).
     

 

Westernzadels

 
     
 Western riding is een stijl, en die stijl kun je in principe met ieder zadel handhaven. Er zijn echter gegronde redenen waarom niet alleen de westernruiter, maar ook menig recreatieruiter de voorkeur geeft aan een goed westernzadel of een vergelijkbaar model. Het is ook niet voor niets dat soortgelijke zadels in alle culturen over de gehele wereld gebruikt worden, behalve hier in West-Europa... 
 

   Een reiningzadel

Kenmerken van een westernzadel
    Het belangrijkste kenmerk van het westernzadel is dat het een groot deel van de paardenrug bedekt. De boom van een westernzadel is veel langer en breder dan die van een Engels zadel, en ook de leren skirts dragen een deel van het gewicht, wat het zadel voor het paard een heel stuk comfortabeler maakt omdat het ruitergewicht evenrediger over de rug verdeeld wordt. Het is een simpele natuurkundige wet dat hoe groter het oppervlak is waarover een gewicht verdeeld wordt, hoe kleiner de druk per oppervlakte-eenheid wordt. Zo is de druk per vierkante centimeter onder de voet van een volwassen olifant kleiner dan die onder de hak van een hakkenschoen. Je kunt dit vergelijken met een zware rugzak: wanneer deze brede schouderbanden heeft zal hij veel lichter en comfortabeler aanvoelen dan wanneer de banden smal zijn en het gewicht van de rugzak in je schouders snijdt.  
     Dat het westernzadel het gewicht over de gehele rug van het paard verdeelt heeft nog een tweede groot voordeel, namelijk dat het zwaartepunt van ruiter en zadel naar achteren verplaatst wordt in vergelijking met een Engels zadel, dat het zwaartepunt van de ruiter meer richting de voorhand van het paard plaatst. Het zwaartepunt is de plaats waar de zwaartekracht in een voorwerp aangrijpt, m.a.w. het punt dat "naar beneden wordt getrokken".
Door met een westernzadel te rijden breng je dus een groot deel van je gewicht op de sterke en veerkrachtige achterhand van het paard, en wordt de relatief stugge en kwetsbare voorhand ontzien. De verzameling op de achterhand is zowel in de Engelse als in de westerndressuur van essentieel belang om in balans te kunnen rijden. Met een Engels zadel maak je het jezelf dus onnodig moeilijk, en belast je de zwakke voorhand meer dan nodig is. Bovendien laat het westernzadel de schouders volledig vrij, terwijl een Engels zadel er voor een deel overheen valt. Dit hindert het paard in zijn beweging, en dus ook in de ontwikkeling van de spieren in zijn voorhand, waardoor die extra kwetsbaar wordt. Een paard dat een paar maanden met een westernzadel wordt getraind zal een aanmerkelijke spiergroei in de voor- en achterhand vertonen, alleen al door de vorm en de ligging van het zadel.

Endurancezadel

 

Nadelen aan een westernzadel zijn er echter ook. Het is erg groot, zwaar en warm zadel, en er hoort een dikke en dus erg warme pad onder. Bij een goede pasvorm is het gewicht geen probleem, maar echt nodig is het ook niet. Er zijn tegenwoordig zadels die gezien kunnen worden als een moderne versie van het westernzadel: endurancezadels op westernboom. Een goed voorbeeld zijn de zadels van Podium en ROC. Dit laatste zadel heb ik zelf en ik ben er heel tevreden over. Voordelen tov een westernzadel zijn: veel lichter (3-4 kg!), minder warm, korter en ronder aan de achterkant dus beter geschikt voor paarden met een korte rug, flexibele panelen aan de boom (waardoor het zadel zich aanpast aan de beweging van het paard), beugelophanging recht onder het zwaartepunt (dus een betere zit, gemakkelijker lichtrijden en verlichte zit), volledig vrijliggende ruggegraat en minder onderhoud. Verder zijn er wat dingen handiger gemaakt dan bij het traditionele westernzadel, zoals de singel.

  

  Veedrijverspaard vs. legerpaard  
De grootste verschillen tussen western riding en het traditionele Engelse rijden kunnen worden verklaard door de oorsprong van beide rijstijlen te bekijken. Het western rijden is ontstaan uit de dagelijkse praktijk van de Spaanse en later Amerikaanse veedrijvers, het Engelse rijden is afkomstig uit de lange militaire traditie in West-Europa. De moderne westernsport heeft zich natuurlijk wel ontwikkeld, en het showelement maakt er nu bijna een even groot deel van uit als van de dressuursport. Toch blijken beide stijlen nog diepgeworteld in hun respectievelijke oorsprong.
     In de militaire traditie diende de dressuurmatige scholing van het paard grofweg twee doelen: enerzijds moest het paard in het vuur van de strijd volledig onder controle te houden zijn met één hand, en anderzijds moest het respect inboezemen bij de gewone mens op de grond en bij de vijand. Dit laatste aspect werd steeds belangrijker naarmate het paard voor het gevecht zelf steeds minder vaak nodig werd. Men ging grotere, imposantere paarden fokken met een verende, dragende draf. Ook de rijstijl werd meer toegespitst op machtsvertoon; het paard moest vuur en energie uitstralen, het moest briesen en schuim op de mond hebben. In parades maakten de vele paarden met geüniformeerde cavaleristen een overweldigende indruk op het volk, mits de paarden natuurlijk netjes in het gelid liepen. 
     Voor de veedrijvers was dit machtsvertoon allemaal niet van belang; dat zag toch niemand. Elk aspect van hun rijstijl moest gewoon functioneel zijn. Zij brachten dagen en nachten lang door op, of in de directe nabijheid van, hun paard. Het paard moest sober, sterk en gezond zijn, en vooral een uitermate betrouwbaar karakter hebben. Het moest gelijkmatige, vlakke gangen hebben zodat de ruiter uren in het zadel kon blijven zonder erg vermoeid te raken. Het paard moest extreem relaxed zijn, maar wel van het ene op het andere moment in actie kunnen schieten als het kuddewerk daarom vroeg. Daarna moest het op slag weer rustig zijn. Het moest een zo groot mogelijk deel van zijn werk zelfstandig uit kunnen voeren, zonder dat de ruiter hem constant op de lip zat met teugel- en beenhulpen. Voor de ruiter resulteerde dit alles in een zeer economische rijstijl, waarbij een hulp slechts één keer gegeven hoefde te worden, waarna het paard deze opdracht zelfstandig uitvoerde tot er een nieuwe hulp kwam. Een goed afgericht paard was goud waard; het leven van de veedrijver hing er immers regelmatig vanaf of zijn paard naar behoren functioneerde.
De moderne dressuursport draagt nog veel sporen van het militair verleden waaruit ze is ontstaan. Engelse ruiters stappen aan de linkerkant van het paard op. Waarom? Ze hebben nu eenmaal geleerd dat dat zo hoort. De gewoonte vindt feitelijk zijn oorspong in de cavalerie, waar deze regel werd ingevoerd om te zorgen dat het tegelijk opstijgen ordelijk kon verlopen, zonder dat men elkaar met benen, geweerlopen of sabels raakte. Een westernruiter stijgt juist afwisselend links en rechts op om zijn paard niet eenzijdig te belasten. Verder wordt in de dressuur met aanleuning op de teugels gereden. Dit heeft twee gevolgen. Ten eerste maakt het paard zo een meer vurige indruk door het tegelijk ook aan te sporen. Het argument dat het "bijdrijven en opvangen" nodig is voor de dressuurmatige verzameling is niet op feiten gestoeld; er is volledige verzameling mogelijk zonder teugeldruk (zie bijvoorbeeld de stierenvechter op de foto links), dit vereist alleen een betere africhting. Ten tweede rijdt men zo "op safe"; eventuele fouten en correcties kunnen direct en vrijwel onzichtbaar gegeven worden, zodat het risico dat het paard uit de pas valt klein wordt.  

 Volledige verzameling zonder teugeldruk

Het belang hiervan bij het in (militaire) formatie rijden spreekt voor zich, visuele eenheid maakt natuurlijk meer indruk. Westernpaarden lopen daarentegen op eigen benen. Doordat de teugels zeer los gehouden worden en de benen niet aangedrukt liggen valt een nodige correctie direct op. Het is dan ook duidelijk te zien wanneer een paard dat aan een losse teugel gereden wordt perfect gehoorzaamt op de zit- en gewichtshulpen. Bij een dressuurruiter is dit minder duidelijk te controleren omdat er camouflage mogelijk is; de teugel is al op lichte spanning, dus een kleine verandering valt niet op, en de benen liggen al aan het paard waardoor de hulpen minder opvallen.