|
Paardrijden |
|
|
|
Ik ben altijd al een grote dierenliefhebber
geweest. Thuis hadden we ook altijd veel dieren, o.a. honden,
katten, kippen, eenden, ganzen, vissen, vogeltjes en zelfs eens
twee weggelopen schaapjes. Pony's vond ik altijd al leuk. |
|
Mijn eerste echte rijervaring was toen ik een
jaar of vijf was. Met mijn nicht was ik bij de pony's die in de
wei naast hun huis stonden, en ze zette me op de rug van een
witte pony, die wel lief was zei ze. Prompt kwam er een
straaljager over; de pony's schrokken en renden een bergje af.
Onder aan het bergje kieperde ik eraf, recht in een modderplas.
Toch heb ik daarna nog lang op die witte pony,
Sammie heette hij, gereden. We oefenden in de wei, en toen het
een beetje beter ging, ging ik met mijn nicht buitenritten
maken. Zo heb ik eigenlijk vanzelf leren paardrijden, letterlijk
met veel vallen en opstaan... |
Ik (7 jaar) op Sammie |
|
Toen ik acht of negen was, ging ik samen
met een vriendinnetje op paardrijles, bij een hele slechte
manege; met veel teveel kinderen in de les, de pony's liepen
maar wat achter elkaar aan te sjokken en deden precies wat de
instructrice riep. Na een paar lessen hielden we het daar dus
snel voor gezien en gingen naar een leukere manege. Daar leerden
we goed zitten, het paard verzamelen en voorwaarts-neerwaarts
rijden, maar ook opzadelen, verzorgen, benen afspuiten na iedere
les enz. Ondertussen hadden mijn ouders, die vroeger beiden
paardgereden hadden, ook de draad weer opgepakt, en ook mijn
broertje deed mee. Na een tijd besloot mijn moeder samen met een
vriendin haar eerste eigen paard te kopen, Fifty-Fifty. Dit was
een uit Polen geïmporteerd paardje, die later pas twee jaar
bleek te zijn geweest toen mijn moeder hem kocht. Toen haar
vriendin ging hertrouwen en verhuizen, nam zij Fifty mee. |
|
Niet lang daarna was er een ander paard te
koop, een zesjarig Westfaals Z-dressuurpaard met een
hoefblessure. Onze instructeur, die tevens hoefsmid was,
verzekerde ons dat hij het euvel wel kon verhelpen, en dus kocht
mijn moeder Peron. Hij werd ons familiepaard. Na een aantal
jaren had ik steeds meer het gevoel dat Peer er geen plezier
meer in had. Alleen springen vond hij echt leuk, niet gek als
zoon van een van de bekendste springhengsten Polydor (de op twee
na beste springvererver ooit), maar verder was hij chagrijnig en
lusteloos. Ik ben toen een tijd gestopt met paardrijden, tot ik
op de Europacamping in Valkenburg ging werken en de geneugten
herontdekte van door het bos scheuren op een pony.
|
|
Vijf jaar geleden besloot ook mijn moeder dat het
tijd werd om Peer met pensioen te sturen; hij had duidelijk geen
lol meer in de rondjes door de bak. Peer ging lekker op de wei,
en mijn vader ging alleen nog buitenritten met hem maken. Mijn
moeder ging op zoek naar een nieuw paard, en kwam uiteindelijk
terecht bij Tsarina, een zesjarige
Groningse merrie
van 1.74 m. |
|
Saar en Peer werden beste vriendjes, en
Peer genoot van zijn laatste levensjaren. Helaas werd hij in
september 2003 plotseling heel ziek, en ging hij zo snel
achteruit dat we hem op 26 september hebben moeten laten
inslapen. Dit is op een heel waardige en rustige manier gebeurd,
namelijk in de wei met Saar aan zijn zijde zodat ze afscheid kon
nemen. Peer had waarschijnlijk iets aan zijn lever, maar zeker
weten we het niet; het ging te snel om er achter te komen. We
missen hem heel erg, nadat hij 12 jaar bij ons gezin hoorde!
Voor een stukje over Peer en een van de laatste foto's van hem
kun je hier kijken. Na een paar maanden
begon het bij mijn vader weer te kriebelen. Hij kreeg een
verzorgpaard, Rambo (half Fries, half KWPN), en kocht dit na een
tijdje, zodat we nu weer 3 paarden hebben.
|
|