Klik hier om een filmpje te zien van Rex in tölt!

 Home 

|Rex|  |Het baasje van Rex|  |Foto's Rex|  |Andere foto's|Filmpjes| |Endurance|

 |Dravers|  |Draver als rijpaard|  |Gangenpaarden|Gastenboek|  |Boeken|  |Links|

      

             Gangenpaarden

            

 

 

De meeste Europese paardenrassen beschikken over de drie "basisgangen" stap, draf en galop. Er zijn echter ook rassen die een vierde en zelfs vijfde gang hebben, meestal tölt en telgang genoemd. Deze paarden noemen we gangenpaarden, of in het Engels "gaited horses". De extra gangen zijn erfelijk.

 

 Tölt: traploos verstelbaar

De tölt is een viertaktgang, dus bij elke pas hoor je alle vier de hoeven apart neerkomen. Een töltend paard ziet er een beetje lachwekkend uit voor wie het nog nooit gezien heeft; paard (en ruiter) met de neus in de lucht, de achterhand zeer sterk ondergetreden en dan die snelle, kleine waggelpasjes. Eigenlijk is de tölt een snelle vorm van stap, met dezelfde beenzetting. Het grootste verschil is dat er bij de stap altijd minstens twee hoeven tegelijk aan de grond zijn, bij de tölt is altijd minimaal één hoef aan de grond. Daardoor is de tölt veel sneller en dynamischer dan de stap, maar kent geen zweefmoment zoals draf en galop. Het tempo kan variëren van iets sneller dan stap tot even snel als een flinke draf, en in tegenstelling tot de overgang van stap naar draf verloopt de overgang vanuit stap naar tölt vloeiend, omdat het dezelfde beweging is. Ook de overgang vanuit de tölt naar de galop verloopt zeer gradueel; het paard is zeg maar traploos verstelbaar via een viertaktgalop. Dit is ook weer een aspect dat gangenpaarden comfortabeler maakt. In de VS wordt de tölt ook wel de "champagne walk" genoemd, omdat je met een glas champagne in je hand rustig kunt tölten, zonder te knoeien!   

Equitana Showtölt 2. Platz  Töltende draverhengst Campo Way op Equitana 2003

De hulpen voor de tölt heb ik bij Rex zelf een beetje moeten ontdekken; hij kon het wel, maar ik moest even uitvinden waar de knopjes zaten en hoe ik ze moest bedienen. Ik ben tot iets als volgt gekomen: Je gaat diep achter in het zadel zitten, benen een beetje verder vooruit, hoofd omhoog, handen iets hoger dan normaal, en dan laat je hem geleidelijk steeds sneller stappen totdat het paard in de tölt gaat. Niet te hard aansporen, want dan gaat hij in draf, maar gewoon zachtjes bumpen met je kuiten. Zijn hoofd moet hoog blijven, de voorhand komt omhoog en de achterhand wordt sterk ondergeschoven. Echt verzameld tölten is heel moeilijk, maar het is wel belangrijk dat het paard niet "in tweëen gebroken" loopt. Dan zet hij zijn rug vast en voelt de tölt ook niet lekker aan. Als het goed is, is het een heerlijk vloeiende gang.

                              Telgang

Over de telgang weet ik iets minder, omdat ik niet uit ervaring kan praten; Rex is

een vierganger en heeft dus alleen tölt als extra gang. De telgang is eigenlijk een

vorm van draf, waarbij steeds een lateraal benenpaar tegelijk wordt bewogen

(dus de twee linkerbenen en dan de twee rechterbenen tegelijk). Deze gang heeft

net als de draf een zweefmoment, maar omdat de ruiter meer zijwaarts dan op en

neer beweegt, is de telgang comfortabeler dan de draf, terwijl een zeer hoog

tempo kan worden bereikt. Alle Amerikaanse dravers kunnen telgang, er worden

daar ook voornamelijk telgangraces gehouden. In de Europese draverij leidt telgang

net als galop tot diskwalificatie. Op gangenpaardentoernooien is alleen de

rentelgang gewenst, het langzame telgangen ofwel Schweinepassen is nooit een

doel van de africhting. Het is eerder een teken van vermoeidheid of rugproblemen.

Deze pacer (rentelganger) vliegt bijna!

Laat men een rentelganger (te) snel tölten dan zal hij ook overgaan in de telgang.

                               Welke paarden kunnen het?

Veel mensen denken dat Ijslanders de enige gangenpaarden zijn. Er zijn echter vele rassen die deze eigenschap bezitten, en die ieder weer een iets andere variant vertonen. Waarom sommige rassen het wel kunnen en andere niet, is mij nog steeds niet helemaal duidelijk. Wat al deze rassen gemeen hebben is een schuin aflopend kruis met lange broekspieren, wat te verklaren is doordat voor de tölt een grote verzameling van de achterhand nodig is. Om de achterbenen ver genoeg onder het lichaam te kunnen plaatsen om de oprichting te bereiken die gepaard gaat met tölt moet het paard over een sterke, soepele achterhand beschikken. Toch wil dit niet zeggen dat een goede tölter automatisch aanleg heeft voor de verzamelde oefeningen van de (klassieke) dressuur; in het algemeen geldt dat hoe meer gangenaanleg een paard heeft, hoe minder het geschikt is voor dressuurwerk van hoog niveau.Uit vrij recent onderzoek is overigens gebleken dat één derde van alle paarden op de wereld aanleg heeft om extra gangen te leren, ongeacht het ras. Omdat er niet actief naar gezocht wordt of omdat het als ongewenst wordt beschouwd (bijvoorbeeld voor de dressuur), komen de gangen bij deze paarden echter meestal niet tot ontwikkeling.

Uit versteende hoefafdrukken van de voorouders van het paard is gebleken dat deze dieren zich in tölt voortbewogen. Ook in de Middeleeuwen waren er nog töltende paarden in West-EuropDoor het niet specifiek fokken zijn bij de meeste Europese rassen deze eigenschappen verloren gegaan toen de koets en het verharde wegennet hun intrede deden. In alle andere delen van de wereld, met name Noord- en Zuid-Amerika en natuurlijk Ijsland, zijn die gangen juist belangrijke fokdoelen gebleven. Waarom dit zo is, is gemakkelijk te verklaren: tölt en telgang zijn zonder uitzondering zeer snelle én comfortabele manieren om je voort te bewegen op een paard, in tegenstelling tot de drie basisgangen, die meestal óf langzaam, óf oncomfortabel zijn. In Ijsland was in het ruige landschap het rijpaard het belangrijkste vervoermiddel; er waren weinig of geen wegen die geschikt waren voor een koets. Tölt en telgang maakten het mogelijk lange uren relatief comfortabel door het woeste land te rijden. In Zuid-Amerika en het zuiden van de VS lagen enorme plantages die dagelijks geďnspecteerd moesten worden. Een gangenpaard was erg aangenaam voor de opzichter, omdat hij op die manier de hele dag in het zadel kon blijven zonder erg vermoeid te raken.

In deze streken zijn dan ook nog steeds vele "gaited" rassen te vinden:

  Too Explosive 

Mangalarga Marchador

American Saddlebred

VS: American Saddlebred (foto rechts)
Tenessee Walking Horse
Missouri Foxtrotter
Standardbred / Pacer
Peru: Peruaanse Paso
Paso Fino
Canada: Rocky Mountain Horse
Singlefooter
Mexico: Galiceno
Brazilië: Mangalarga Marchador
Griekenland: Arrivani
Ijsland: Ijslander                                                                           
    
Elk van deze rassen vertoont een of meerdere vormen van telgang of tölt, maar deze kunnen onderling enigszins verschillen qua timing van de beenzetting. Zo kent de Tenessee Walking Horse naast stap en galop de flatwalk, foxtrot, rack, stepping pace en pace, terwijl de Peruaanse Paso, naast stap en galop, de paso llano en paso sobreandando ten uitvoering brengt. Omdat de gangen voor een deel erfelijk overdraagbaar zijn, wordt er ook veel gekruist tussen gangenpaarden en niet-gangenpaarden, of tussen gangenpaarden onderling, om een gangenpaard met andere uiterlijke kenmerken of ander gangwerk te krijgen.
 

 

Nadelen van gangenaanleg?

 

Als je het zo zou willen noemen... Een gangenpaard heeft een zeer goede coördinatie en is zeer flexibel in de overgangen tussen de gangen. Deze zullen veel minder abrupt zijn dan bij niet-gangenpaarden. Nadeel is wel dat het heel erg moeilijk is om een gangenpaard correct te rijden in al zijn gangen! Ga maar na, bij een "gewoon" paard kost het al genoeg tijd en moeite om hem zo af te richten dat hij de drie gangen en de overgangen tussen al die gangen goed kan maken. Bij een paard met vier of vijf gangen heb je dus nog wat meer werk. Daarbij komt dat de flexibiliteit van deze paarden ervoor zorgt dat ze de gangen nogal eens door elkaar husselen, vooral in situaties van stress of onzekerheid. Zo zal een vierganger er in de overgang galop-stap graag een paar pasjes tölt tussen gooien. De galop zelf zal, zonder voldoende training, bijna altijd een vlakke viertaktgalop zonder veel sprong zijn. Daarbij draven de achterbenen meer dan dat ze galopperen, en verdwijnt het zweefmoment bijna geheel uit de galop. Heel comfortabel, dat wel, maar ongewenst in de dressuur, en het levert problemen op in krappere bochten. Door goed verzameld en vanuit de achterhand te rijden, kan ook zo'n paard leren een gebalanceerde drietaktgalop ten uitvoering te brengen. Een telganger zal, als de tölt op een iets hoger tempo gevraagd wordt dan hij op dat moment kan of wil, ongevraagd overgaan in de telgang. Of hij kan langzaam gaan telgangen, het zogenaamde Schweinepassen. Dit is eigenlijk nooit gewenst, en kan een teken zijn van vermoeidheid of rugproblemen. Dan heb je nog de zogenaamde natuurtölters, die de tölt verkiezen boven de draf. Dit kan problemen opleveren in situaties waar draf gewenst is, bijvoorbeeld bij de keuringen van een endurancewedstrijd. Ook zijn dierenartsen meestal niet onderlegd in het beoordelen van gangenpaarden, zodat ze kleine töltpasjes in de overgangen foutief kunnen interpreteren als onregelmatigheid.

    Het is dus belangrijk dat je je gangenpaard consequent africht, zodat hij voor elke gang zijn hulpen kent en deze gang niet ongevraagd zal veranderen. Overgangen moeten ook heel duidelijk aangegeven worden: welke overgang wil je precies? Het spreekt voor zich dat je dus heel precies en consequent moet zijn met je hulpen, wil je een vier- of vijfganger in al zijn glorie kunnen presenteren. Over het algemeen geldt: hoe meer gangenaanleg een paard heeft, hoe minder geschikt het is voor de gewone dressuur. Toch zijn er ook hier uitzonderingen, zo heb ik een goed töltende draver gezien die een paar meter verder in de passage zat!

 

Het gangenpaard begint langzaam maar zeker weer aan een opmars. Duitsland is, zoals bij veel dingen die met paarden te maken hebben, ook hierin weer een voorloper. De Ijslander was er al jaren erg populair, maar nu is er ook een stamboek voor de Aegidiënberger, een succesvol mengsel van 3/8 Peruaanse Paso en 5/8 Ijslander. Ook is in Duitsland een vereniging opgericht voor de Töltende Draver; deze dravers worden niet meer op de koersbaan uitgebracht, maar direct ingereden als gangenpaarden. Ook op een rustig, ongecompliceerd karakter wordt gelet, omdat dit voor een recreatiepaard natuurlijk onontbeerlijk is. Dat de dravers zich als gangenpaarden kunnen meten met de andere rassen blijkt wel
 

 

 
 

Voor meer informatie kun je de volgende bronnen raadplegen:

bullet

BIT nr. 78 November 2001, met een artikel over gangenpaarden en verschillende rassen.

bullet

www.gangenpaarden.nl , een zeer uitgebreide site over alle soorten gangenpaarden.

bullet

IGV - Internationale Gangpferde Vereinigung , met alle informatie over rassen, gangen, geschiedenis...wel in het Duits.

bullet www.gangpferde-vierhaus.de : hier fokt men al jaren Töltende Dravers en andere gangenpaarden
bullet

De website van Frans Veldman en zijn draver Jack 

bullet

www.paso.nl voor meer informatie over de Peruaanse Paso

bullet

www.singlefooter.nl voor meer info over de Singlefooter