Home

|Rex|  |Het baasje van Rex|  |Foto's Rex|  |Andere foto's|Filmpjes|  |Endurance|

 |Dravers|  |Draver als rijpaard|  |Gangenpaarden|Gastenboek|  |Boeken|  |Links|

 Endurance

 

Endurance is een tak van de paardensport waarin , zoals de naam al zegt, het uithoudingsvermogen van het paard getest wordt. Dit gebeurt in wedstrijdverband, maar om het welzijn van het paard te bewaken wordt er streng gecontroleerd door veeartsen. Hou je van buitenrijden? Zoek je de uitdaging van een wedstrijdelement zonder meteen op een hele competitieve manier bezig te zijn? Dan raad ik je aan eens een endurancewedstrijd te proberen. Maar pas op: het is zeer verslavend!
 

Onze enduranceresultaten kun je bekijken in ons wedstrijdlogboek!

 

 

 

              
 Ontstaan van endurance
Veel mensen denken dat endurance iets nieuws is. Inderdaad begint deze tak van de paardensport pas de laatste jaren bekend te worden bij het grotere paardenpubliek, maar in feite is de sport al tientallen jaren, en in zijn oorspronkelijke vorm wel eeuwen oud.
    Het afleggen van lange afstanden te paard was vroeger geen plezierig tijdverdrijf, maar pure noodzaak. Voor het zo snel mogelijk overbrengen van informatie was men afhankelijk van boodschappers te paard. Ook in militair verband werden natuurlijk vele kilometers overbrugd, zij het dan vaak op een lagere snelheid. Het waren dan ook de militairen die in Europa voor het eerst lange ritten op tijd gingen rijden om het uithoudingsvermogen van paard en ruiter te testen, eind negentiende, begin twintigste eeuw. De strenge veterinaire controles die de huidige endurancesport zo paardvriendelijk maken waren toen natuurlijk nog niet aan de orde. Er werd wel aandacht besteed aan bijvoorbeeld goed beslag van de viervoeter, maar door te hoge snelheden stierven veel paarden.          

                                                   Wat is endurance precies?
 
Hoewel de meeste Nederlandse paardenliefhebbers tegenwoordig wel gehoord hebben van endurance kan het geen kwaad om de sport hier even kort te schetsen. De precieze reglementen verschillen van land tot land, maar het onderstaande is een algemeen overzicht.
    In de eerste plaats gaat het om het afleggen van langere afstanden te paard. Dit kan variëren van 25 tot wel 160 km op een dag. Elk gezond paard kan met voldoende training een grote afstand afleggen zonder hiervan schade te ondervinden, paarden leggen in het wild immers ook vele tientallen kilometers per dag af op zoek naar voedsel. Wat er bij endurance nog bij komt is de snelheid waarmee de afstand afgelegd wordt.
    In de lagere klassen, met afstanden van 25 tot 70 km, wordt gewoonlijk een maximumsnelheid gesteld om te voorkomen dat onervaren ruiters hun paard te hard door het parcours jagen, met bijvoorbeeld uitputting, uitdroging en spier- of peesblessures als mogelijke gevolgen. Zij moeten dus minimaal een bepaalde tijd over de rit doen. Rijden ze te snel dan krijgen ze strafpunten of ze worden gediskwalificeerd. Rijden ze de rit goed uit, dus binnen de gestelde tijdsgrenzen en met een gezond, fit en regelmatig lopend paard, dan is de hartslag van het paard tijdens de nakeuring bepalend voor de einduitslag. Het is dus geen race op snelheid.
    Om aan de hogere klassen, met afstanden van 70 tot 160 km, te mogen meedoen moeten zowel paard als ruiter gekwalificeerd zijn door eerdere wedstrijden goed uitgereden te hebben. In de hogere klassen doen dus ervaren ruiters met goed getrainde paarden mee. Zij kunnen naar wens de snelheid opvoeren, rekening houdend met de conditie van het paard, weersomstandigheden, de moeilijkheidsgraad van het parcours etc. Gedurende de rit worden de deelnemende paarden op vaste punten, namelijk in de vetgates, gecontroleerd door dierenartsen. Als hun hartslag niet te hoog is, ze niet moe, uitgedroogd of onregelmatig/kreupel zijn mogen de ruiters de rit vervolgen. Zo niet, dan moeten ze extra rust nemen of hun paard wordt uitgesloten van verdere deelname. Hoewel de ruiters in de hogere klassen zich dus niet hoeven te houden aan een maximumsnelheid, moeten ze zich wel houden aan de conditionele grenzen van hun paard, willen ze in de race blijven. Komen ze als eerste over de finish én hun paard is nog fit, gezond en regelmatig lopend, dan hebben ze gewonnen. Komen ze echter als eerste over de finish met een paard dat door te hoge snelheid kreupel loopt of niet snel genoeg herstelt van zijn vermoeidheid, dan hebben ze voor niks gereden en heeft degene die later binnen kwam met een fit paard gewonnen.
                                       Wat maakt een paard een goed endurancepaard?
 
Een controversiële vraag natuurlijk. Wie op een doorsnee endurancewedstrijd om zich heen kijkt zal eerst vooral arabieren zien. Maar kijk je nog wat langer dan zie je allerlei soorten paarden van verschillende rassen rondlopen. Wat is nu een goed endurancepaard? Dat is moeilijk te zeggen. Sommige zijn er speciaal voor gefokt, maar blijken toch niet goed te presteren. Andere zijn onwaarschijnlijke kandidaten, maar blijken succesvol. Een aantal eigenschappen is van belang:
opsommingsteken Een endurancepaard heeft karakter. Het houdt er niet bij de minste vermoeidheid of tegenslag mee op, maar gaat door als de ruiter dat van hem vraagt. Er mag natuurlijk wel nooit misbruik worden gemaakt van deze eigenschap door het paard te overvragen.
opsommingsteken Het endurancepaard is gezond. Dit lijkt voor de hand liggend, maar met een paard dat iedere keer wordt afgekeurd op het een of het ander is de lol er snel vanaf. Dus geen beengebreken, luchtwegproblemen enz. Zeker voor de hogere klassen (>100km) moet het paard echt helemaal kerngezond zijn. Tijdens zo'n beproeving kan ieder klein dingetje een grote rol gaan spelen.
opsommingsteken Het paard houdt van lopen. Dat wil absoluut niet zeggen dat een paard dat je constant om de oren springt een goed endurancepaard is, maar enige looplust komt zeker van pas. Al was het maar om je eigen benen te sparen...
opsommingsteken Een goed endurancepaard is goed gegymnastiseerd. Het hoeft geen Z-proef te kunnen lopen, maar het moet in balans op eigen benen kunnen lopen zonder constante druk op de teugels. Vooral op ruw terrein of in technisch moeilijke parcoursen, met veel krappe bochten en uitstekende boomwortels, is een gemakkelijk en evenwichtig te sturen paard sterk in het voordeel ten opzichte van stijve, onhandige soortgenoten. In bergachtige parcoursen, waar de route soms langs diepe afgronden loopt, is het van levensbelang dat het paard tredvast is! Ook krijgt een slecht gegymnastiseerd paard gedurende een langere rit gegarandeerd last van zijn rugspieren, waardoor hij onregelmatig gaat lopen.
opsommingsteken Een endurancepaard heeft niet teveel massa. Toppaarden zien er voor de leek soms bijna mager uit, maar net als een marathonloper moet een endurancepaard smal en pezig zijn. Overbodige spiermassa's komen niet van pas, maar een goede bespiering is nodig om de ruiter in balans te kunnen dragen. Een klein vetlaagje zorgt voor constante energievoorziening tijdens een duurprestatie. Kijk hier voor meer informatie over de "ideale lijn" van een endurancepaard.
opsommingsteken Het paard gaat economisch om met zijn energie. Een paard dat constant loopt te trekken en te dribbelen zal halverwege de rit al moe zijn, of last van zijn spieren krijgen en onregelmatig gaan lopen. Dit is wel iets dat veel paarden kunnen afleren, zeker als de afstanden langer worden zullen ze zich nog wel eens bedenken voor ze gekke sprongen gaan maken! Hoewel sommige het heel lang volhouden...
opsommingsteken Het paard gaat economisch om met zijn voedsel. Sommige paarden hebben kilo's brokken nodig om op gewicht te blijven, andere kunnen op ruwvoer en wat krachtvoer hele prestaties neerzetten. De laatste categorie zal op een lange rit langer met zijn energievoorraad doen, en zal meer profijt hebben van de kleine porties die onderweg aangeboden worden.
opsommingsteken Het paard kan zijn lichaamswarmte goed kwijt. Zwaarder gebouwde, meer koudbloedige paarden zweten van nature meestal minder en hebben daarom meer moeite hun hartslag laag genoeg te houden, zeker bij warmer weer. Ook hebben ze in het voor- en naseizoen, of zelfs in de zomer, meestal dikkere beharing dan bloedpaarden. 
opsommingsteken

Een endurancepaard heeft ruime, regelmatige en economische gangen. Een opgerichte dressuurgalop is natuurlijk minder nuttig dan een voorwaarts gerichte, vlakkere galop. Idem voor de draf: in passage duurt het wel even voor je bij de finish bent... Vooral de draf moet ruim en regelmatig zijn om op een spaarzame manier veel afstand af te leggen. Teveel knieactie is ongewenst omdat het energie verspilt en een extra belasting van de beengewrichten betekent.

Voldoet je paard niet aan al deze eigenschappen? Geen nood, deze paarden zijn zeldzaam! Een paard hoeft echt niet alle factoren mee te hebben om een leuk endurancepaard te worden. Sommige van deze eigenschappen zijn, op zijn minst deels, trainbaar. Andere kunnen heel goed gecompenseerd worden door goede voorbereiding en begeleiding, met andere woorden: weten wat er schort en er doelbewust iets aan doen.

     Door wedstrijdervaring op te doen went het paard aan de opwinding van de rit ernaartoe, al die paarden om hem heen, een dierenarts die in ogen en mond wil kijken...en natuurlijk de spanning van het baasje. Doorgewinterde endurancepaarden zie je in de rustpauze direct overschakelen op de "spaarstand"; hoofd omlaag, been op rust terwijl er constant grooms omheen lopen die vanalles aan het doen zijn. Andere eigenschappen zijn echter aangeboren of inherent aan het ras. Toch wil dit niet zeggen dat paarden zonder al die eigenschappen geen goed endurancepaard kunnen worden. Misschien zijn ze op een ander vlak heel goed waardoor ze hun minpunten kunnen compenseren. Echte toppers zijn binnen ieder ras zeldzaam, en meer nog dan bij andere takken van de paardensport is het bij endurance de combinatie van paard en ruiter die het moet doen!

             Wat komt er allemaal bij kijken?

 

Op de hoogste niveaus: heel erg veel. Alles dat met het paard te maken heeft zal in het licht van de sport bekeken worden. Dit maakt endurance op hoog niveau een echte topsport: om een rit van 160 km met succes te kunnen volbrengen zal alles moeten kloppen. Zowel bij ruiter, paard als bij de combinatie.

Een ritje van 30 km zal ieder gezond paard met een goede basisconditie kunnen afleggen. Worden de afstanden echter langer, dan worden de eisen die gesteld worden aan paard en ruiter natuurlijk zwaarder. De 100km wordt algemeen beschouwd als een grens waar het kaf van het koren gescheiden wordt: om deze afstand te kunnen afleggen binnen de normen moet het paard tiptop in orde zijn. Dit gaat heel ver: voeding, beslag, uitrusting, training, werkelijk alles dat enigszins van invloed kan zijn op paard en ruiter moet in de voorbereiding worden meegenomen.

    Als beginnend enduranceruiter hoef je je hierom nog niet al te veel zorgen te maken. Als je paard een goede basisconditie heeft en verder gezond is zal hij een rit in de laagste klasse wel aankunnen. Maar als je vaker gaat meedoen leer je al snel om over al je handelingen en beslissingen kritisch na te gaan denken. Voer ik wel goed? Zit mijn training goed in elkaar? Is mijn paard goed gegymnastiseerd? Zit ik zelf niet scheef? Van endurance leer je dus heel veel over paarden.

 

                

             Waar kan ik eens een wedstrijd rijden om te proberen?

 

In Nederland worden de endurancewedstrijden georganiseerd door de DER, die onder de KNHS valt. Tijdens iedere officiële endurancerit is er een kennismakingsklasse, speciaal om mensen kennis te laten maken met endurance. Je moet je wel vantevoren aanmelden voor de wedstrijd die je wil rijden (kalender vind je op de site van de DER), je paard moet gechipt zijn, een paspoort hebben en correct ingeënt zijn. Dwz een basisenting influenza die altijd binnen het jaar herhaald is. Is dit niet het geval dan kun je (op tijd) altijd een nieuwe basisenting nemen.

    In België is het allemaal iets gemakkelijker geregeld, en voor vele Nederlanders zijn deze wedstrijden zelfs minder ver rijden dan de Nederlandse. Dus zeker de moeite waard om even na te kijken! In Vlaanderen organiseren de clubs Eldra en Vet2000 de wedstrijden, onder het reglement van de VLP. Tijdens elke wedstrijd is er de klasse "wandeling", je doet dan mee onder dezelfde voorwaarden als Initiatie A (zelfde route, tijden, regels) maar hoeft niets meer te bezitten dan een correct ingeënt paard (en natuurlijk het boekje ter bewijs). Je hoeft je niet vantevoren aan te melden, je schrijft je gewoon ter plaatse in op het wedstrijdsecretariaat, kiest zelf een starttijd en je kunt vertrekken.

    Wil je endurance eens van dichtbij meemaken, dan kan ik de Vlaamse wedstrijden zeker aanraden. Ongecompliceerd, een gezellige sfeer en mooie, afwisselde parcoursen. Zorg altijd dat je goed voorbereid op pad gaat: met een correct geënt paard dat recent genoeg beslagen is, dat een goede basisconditie heeft en dat geleerd heeft om stil te staan (in verband met de veterinaire keuringen). Lees van tevoren de reglementen van de betreffende bond (KNHS of VLP) door, zodat je weet wat de (gedrags)regels zijn. Lees vooral deze gedragsregels voor endurancegroentjes eens door (meer nuttigs te vinden op www.endurance.net/newbie ). Zorg dat je uitrusting in orde is, dat je het hoogstnodige in ieder geval bij je hebt (het zal waarschijnlijk nog enkele jaren duren voor je werkelijk alles bij je hebt...) en je bespaart jezelf al een hoop stress op zo'n dag. Dan hoef je alleen nog maar te genieten van de rit!

 

 

         Heb je meteen al grooms nodig? Electrolyten? Een speciaal zadel..?

Natuurlijk is het antwoord op al deze vragen "nee". In de lagere klassen kun je het prima zonder groom stellen. Het is wel handig als je iemand bij je hebt die even op je paard kan letten terwijl jij je gaat inschrijven of dringend naar de wc moet. Je zult overigens merken dat er op een endurancewedstrijd bijna alleen maar aardige en hulpvaardige mensen rondlopen, dus iemand even om hulp vragen is nooit een probleem. Verder is het tijdens de eerste ritten echt niet nodig dat je paard onderweg van water wordt voorzien, of gekoeld wordt. Bovendien richten steeds meer wedstrijden waterpunten onderweg in. Gewoon rustiger rijden als het warm is. Hetzelfde geldt voor electrolyten, speciaal voer,... dat zijn dingen waar je je eventueel later druk om kunt gaan maken, maar voor de eerste ritten dus niet van toepassing.

        Wat de uitrusting betreft, als je zadel je paard goed past en jij zit er lekker ontspannen op dan kun je er prima endurance mee rijden. Wil je verder, dan zijn er wel een paar extra aandachtspunten. Het zadel moet de druk goed verdelen over de rug, moet niet te warm zijn, liefst niet te zwaar (hoewel dit laatste minder problematisch is als je zadel echt goed past op het paard). Voor jezelf moet je letten op een beugelophanging die onder je zwaartepunt ligt, dus verder naar achteren dan bij een gemiddeld western-, spring- of veelzijdigheidszadel. Om die reden rijden verschillende enduranceruiters met een dressuurzadel, hoewel er natuurlijk ook speciale endurancezadels zijn die al deze dingen in zich combineren. Verder is het goed als het zwaartepunt van het zadel verder naar achteren ligt en het zadel veel schoudervrijheid biedt. Dit zijn punten waarbij een Engels zadel minder goed scoort.

     Een halsterhoofdstel, dwz een combinatie tussen beiden waar je gemakkelijk het bit uit kunt halen zodat je een halster overhoudt, is handig, maar niet nodig. Dit wordt vooral belangrijk wanneer je in hogere klassen te maken krijgt met vetgates en tijdsdruk. Of wanneer je je paard onderweg regelmatig wil laten eten en/of drinken. Om deze reden wordt ook vaak bitloos gereden. Het materiaal waarvan deze hoofdstellen gemaakt zijn is gemakkelijk (af)wasbaar, bestand tegen zweet en vuil en gaat dus langer mee in de zware omstandigheden waaraan een hoofdstel tijdens een endurancewedstrijd wordt blootgesteld. Maar nogmaals, voor je eerste rit hoef je hiermee niet bezig te houden!
        Waarmee dan wel? Zoals hierboven al genoemd, basisconditie, goed beslag en correcte inentingen zijn belangrijk. Verder zorg je dat je niet alleen zadel, hoofdstel en helmpje/cap bij je hebt, maar ook een zweetdeken, water en wat te eten voor je paard. Handig als je maar alleen bent zijn prikpaaltjes en lint, om een klein paddockje af te zetten als daarvoor gelegenheid is op het terrein.