Sinds ik weet dat Rex een draver is ben ik me meer gaan verdiepen in dit ras. Over dravers bestaan veel misverstanden. Zo wordt de term "ex-draver" veel gebruikt, terwijl de draver een raspaard is en dit ook blijft nadat zijn koerscarričre beëindigd is. Ook wordt vaak gedacht dat dravers niet kunnen galopperen, terwijl dit alleen maar afgeleerd is en niet eruit gefokt. Ik zal hier dus proberen meer info te geven over dit ras, en enkele veelvoorkomende misverstanden uit de weg te ruimen. Kijk ook bij de links voor andere interessante sites over dravers.
|Rex| |Het baasje van Rex| |Foto's Rex| |Andere foto's| |Filmpjes| |Endurance|
|Dravers| |Draver als rijpaard| |Gangenpaarden| |Gastenboek| |Boeken| |Links|
Voorkomende kleuren
Meestal bruin (bay), dus een roodbruine vacht met zwarte extremen (manen, staart, benen, oren). Maar ook vos, zwart of zwartbruin komen veel voor. Schimmels zijn zeer zeldzaam, maar een bekend voorbeeld is de roodschimmel Action Skoatter.
De draver is net als de Engelse Volbloed een echte racemachine, die in feite maar voor één doel ontwikkeld is: zo hard mogelijk draven. Alles staat in dienst van zijn snelheid voor de sulky. Dit betekent ten eerste dat er zeer streng geselecteerd wordt bij het fokken. Een koersende draver wordt zwaar belast en moet dus sterk en gezond zijn. De kleinste afwijking aan hart, longen of het beendergestel maken het paard ongeschikt voor de drafsport en dus ook voor de (prestatiegerichte) fok. Wat de bouw betreft zijn er ook een aantal consequenties. De draver heeft een zeer gespierde achterhand, met een lang, schuin aflopend kruis. Dit is de motor van het racepaard, en die is natuurlijk wat zwaarder dan bij de standaarduitvoering. De achterbenen zijn lang, wat er soms toe kan leiden dat de draver overbouwd is, maar de benen worden ver onder het lichaam naar voren gebracht. De voorhand is relatief smal, net als hoofd en hals. De schouder is vaak een beetje steil, maar schuin genoeg om een ruime voorbeenbeweging te verkrijgen. De benen zijn fijn en droog, de hoeven zijn smal, lang en sterk.
Verder heeft de lichaamsbouw en de mate van bespiering te maken met de specialisatie; een lange afstandsdraver zal eerder langgelijnd, licht en pezig gebouwd zijn, een sprinter is breder en zwaarder bespierd.
Oorsprong
De drafsport komt oorspronkelijk uit
Nederland. In de 19e eeuw werden zware, rustige koudbloedpaarden
gebruikt als landbouwkracht, en warmbloeden als trekkracht voor de
koets. De iets rijkere mens wilde echter wel wat eleganters voor de
koets, zeker als men op zondag in vol ornaat met het rijtuig naar de
kerk ging. Men kruiste de warmbloeden met Arabische en Engelse
volbloeden, en zo ontstond de draver. Later werd het competitie-element
belangrijk, en ging men meer en meer volbloed inkruisen om een lichter
paard te krijgen met een snelle, expressieve draf. Een goed voorbeeld
van een draver uit die periode is de Fries, die pas veel later weer is
teruggefokt tot het zware koudbloudtype dat op het land gebruikt werd.
Er werden veel wedstrijden georganiseerd en de draverij werd erg
populair, en veel landen hadden hun eigen draverras met een eigen
stamboek. Aan de basis staan voornamelijk Arabische en Engelse
volbloeden, maar ook Frans, Fries en Russisch bloed hebben veel invloed
gehad op de moderne draver. Van de Amerikaanse dravers stamt 90% af van
de Engelse Volbloed Hambletonian, een afstammeling van de in 1835
geďmporteerde volbloedhengst Messenger.
Hambletonian (1849)
Gangen
Dravers beschikken net als de meeste andere paarden over de drie basisgangen stap, draf en galop. Daarnaast heeft de draver aanleg voor twee extra gangen, die we onder andere ook kennen van de Ijslander, nl. tölt en telgang. Dit maakt dravers tot zogeheten gangenpaarden.
Stap
De stap van de draver is snel met ruime passen. Voor andere stappende paarden is het soms moeilijk een draver in stap bij te houden.
Draf
De snelle draf die voor de sulky ten uitvoer wordt gebracht heet de rendraf. Deze rendraf is voor een koersende draver natuurlijk de belangrijkste, en dan ook relatief de snelste gang. Een beetje draver houdt een gewoon paard dat galoppeert gemakkelijk bij! In rendraf herken je een draver direct: De achterbenen, die zoals gezegd al iets verder uit elkaar staan, slaan ver naar achteren en naar buiten uit, tot onder het zitje van de sulky. Bij het naar voren gooien van de achterbenen grijpen deze vaak buitenlangs de voorbenen. De voorbenen vertonen veel knieactie. Het hoofd wordt hoog gehouden en licht naar voren gestrekt. Voor de sulky wordt dit nog kunstmatig versterkt d.m.v. een check, een riem die vanaf de schoft over de manenkam tussen de oren doorloopt naar voren, waar hij aan een opzetbitje (dun stangetje) wordt bevestigd. De check voorkomt dat het paard te diep gaat lopen en over zijn voorbenen struikelt.
Galop
Een groot misverstand is dat dravers per definitie niet kunnen galopperen. Het is wel zo dat een draver die gekoerst heeft altijd ontmoedigd is te galopperen, omdat aangalopperen tijdens de koers tot diskwalificatie leidt. Er zal dus heel wat geduld voor nodig zijn om zo'n paard tot netjes galopperend rijpaard om te scholen. Hierover meer bij de draver als rijpaard. De kwaliteit van de galop van een draver is afhankelijk van een aantal factoren: aanleg, wel of geen koersverleden en zeker ook de duur van de koerscarričre. De galop van een draver zal vrijwel nooit een zeer langzame, beheerste galop met veel "sprong" (lang zweefmoment) worden, zoals een dressuurpaard van hoog niveau die kan laten zien. Maar dravers zijn in staat om te (leren) galopperen, en voor de meeste doeleinden zal die relatief vlakke galop voldoende van kwaliteit zijn.
Tölt
Tijdens de tölt loopt het paard met hoog opgeheven hals en hoofd, en is de achterhand zeer sterk ondergetreden. Kijk hier als je een filmpje wil zien van Rex in tölt. Deze gang is heel erg comfortabel! Niet alle dravers kunnen tölten, maar veel dravers en kruisingen met dravers hebben aanleg voor deze gang, wat ze zeer geschikt maakt als recreatiepaard. Ook in gangentoernooien komen correct gereden dravers heel goed mee (o.a. 2e plaats van Duitsland!). Het enige nadeel van een töltend ras is dat een tölter vaak moeite heeft om een echte drietaktgalop uit te voeren. Hij zal een natuurlijke neiging tot viertaktgalop (draven met de achterbenen) vertonen en slechts door goed te verzamelen een drietakt kunnen lopen. Ook vereist het veel gevoel om een gangenpaard in al zijn (over)gangen correct te rijden.
Telgang
Telgang (pace) is een vorm van draf die, net als de tölt, veel comfortabeler zit dan gewone draf. Dit komt doordat een deel van de op-en-neergaande beweging van de draf in de telgang wordt omgezet in een zijwaartse beweging; je wordt dus meer heen-en-weer dan op-en-neer geschud. In Amerika worden speciale telgangraces gehouden die daar populairder zijn dan drafkoersen, onder andere omdat een telganger minder snel in galop springt. Dit maakt de telgangrace interessanter voor gokkers. Niet alle dravers kunnen telgang, maar de meesten hebben er wel aanleg voor, omdat in bijna alle dravers tegenwoordig Amerikaans bloed zit.
Karakter: eerlijk, gevoelig, intelligent en kritisch
Dravers hebben doorgaans een heel ander karakter dan de warmbloeden waar de meeste mensen ervaring mee hebben. Op zoek naar informatie over dravers heb ik met veel mensen contact gehad die met dravers te maken hebben (gehad), en bepaalde karaktertrekken kwamen altijd weer terug.
Ten eerste zijn dravers zowel fysiek als psychisch heel
gevoelig. Ze reageren op de kleinste details in hulpen en
lichaamshouding, en zijn snel
bang en beledigd als je ze
oneerlijk behandelt. Dit is vergelijkbaar met het karakter van
een arabier: behandel je ze eerlijk en goed, dan heb je een
vriend voor het leven die voor je door het vuur gaat. Maar
behandel je ze slecht, dan kun je er niks meer mee aanvangen.
Schreeuwen, slaan, schoppen en straffen hebben dus echt helemaal
geen zin, maar als je je rustig, geduldig en begrijpend op kunt
stellen kun je alles met ze bereiken, zelfs dingen waarvoor ze
in eerste instantie niet geschikt zijn. Dravers zijn ook 100%
eerlijke paarden: als je een band met ze hebt kun je altijd op
ze rekenen. Ze zullen nooit proberen zich ergens onderuit te
werken, maar zetten zich volledig in om te doen wat je vraagt,
tot in het extreme toe. Maar ben jij oneerlijk, bijvoorbeeld
door hem te straffen voor iets dat hij gewoon niet begrepen
heeft, of door iets onmogelijks te vragen, dan zul je merken wie
de meeste wilskracht heeft!
Daarbij zijn dravers erg intelligent; ze hebben het meteen door als je hen probeert voor de gek te houden. Ze zullen dit niet snel vergeten, en als je een draver eenmaal tegen je in het harnas hebt gewerkt kun je er niet veel meer mee beginnen, en zul je heel veel moeite en geduld moeten tonen om ze weer voor je te winnen. Daar staat tegenover dat ze door hun intelligentie in staat zijn met je mee te denken, en zodoende samen te werken om een goed resultaat te bereiken. Ook leren ze ongelooflijk snel.
Tenslotte zijn dravers heel kritisch, zowel ten opzichte van hun baasjes als ten opzichte van hun eigen prestaties, wat een direct gevolg is van de hoge intelligentie. Baasjes moeten zich eerlijk, rustig en begrijpend gedragen. Goed uitleggen wat ze willen en hoe het gedaan moet worden. Vooral niet boos of ongeduldig worden, en ervan uitgaan dat het paard altijd zoveel mogelijk zijn best doet. Ook ten opzichte van zichzelf zijn ze heel kritisch. Als ze iets niet begrijpen, of het wel begrijpen maar het lukt niet goed, dan raken ze gefrustreerd. Dit uit zich door nerveus, overdreven gedrag, niet meer reageren op hele simpele hulpen, en op een gegeven moment gaat gewoon niks meer goed. Dit moet je als ruiter op tijd doorhebben, even een rustpauze inlassen, een stapje terug en rustig opnieuw beginnen. Word je als ruiter zelf gefrustreerd of zelfs boos, dan wordt het alleen maar erger, want dit begrijpt het paard niet waardoor hij nog gefrustreerder wordt.
Kortom, dravers hebben geen gemakkelijk karakter; ook als baasje of ruiter word je constant beoordeeld op je kunnen. Bij een draver kun je er zeker van zijn dat je alles terugkrijgt wat je hem geeft: eerlijkheid met eerlijkheid, vertrouwen met vertrouwen, agressie met agressie of juist apathie. Voor de invoelende ruiter biedt dit ongekende mogelijkheden de rijstijl te verfijnen en een geweldige communicatieve band op te bouwen met een intelligent wezen. Bovendien zal een draver puur op karakter ver kunnen komen in disciplines waar hij in eerste instantie niet geschikt voor is. Voor degene die een ongecompliceerd huis-, tuin- en keukenpaard wilt dat zich nergens aan stoort is een draver een minder geschikte keuze.
Draverrassen
In vele landen zijn dravers ontwikkeld speciaal om hun snelle draf in wedstrijdverband te tonen. Deze rassen hebben aparte stamboeken, maar vertonen vaak veel overeenkomsten, en tegenwoordig wordt er veel tussen gekruist zodat het onderscheid nog kleiner wordt.
|
Standardbred: de kleine, zeer gespierde
Amerikaanse draver is momenteel het snelst dravende ras ter wereld. |
Snelle Standardbreds werden door Europese draverfokkers geďmporteerd om snellere dravers te fokken, maar zo
fokten ze (onbedoeld) ook de gangenaanleg in de moderne draver.
|
Franse draver: heeft een iets grotere stokmaat (rond de 1.60) en is iets slanker en langer gebouwd. Hij heeft langere benen en een groter, grover hoofd. Uit de Franse draver en de Engelse volbloed is het succesvolle sportras Selle Francais ontwikkeld, dat tegenwoordig op internationaal niveau presteert in met name de springsport. Zo was het succesvolle springpaard Jappeloupe een kruising tussen een draver en een Engelse volbloed. Op de drafbaan is de Franse draver vooral sterk in langere afstanden, wat dit ras ook zeer geschikt maakt voor endurance. Op de korte afstanden is de Standardbred hem de baas. |
|
Zweedse draver, Duitse draver...: Voornamelijk een mengeling van Frans en Anerikaans bloed, soms met nog wat loed van oudere inlandse draverrassen. |
|
Norfolk Roadster: Het vroegere Engelse draverras, tegenwoordig meer een licht tuigpaard. |
|
Orlovdraver: Afkomstig uit Rusland lag dit oude draverras, voornamelijk bestaand uit schimmels, aan de basis van de meeste Europese draverrassen. Het werd gefokt door graaf Orlov uit Arabisch, Deens en Fries bloed om een snel dravend, gehard, gezond en mooi aangespannen paard te verkrijgen, o.a. voor de beroemde Russische Troika (driespan, waarvan het middelste paard draaft en de twee buitenste galopperen). Ook werd het op de drafbaan uitgebracht, maar later werd het "ingehaald" door de snellere Russische, Europese en Amerikaanse draverrassen. Het aantal Orlovdravers nam daardoor af, evenals door het privatiseren van de Russische paardenfokkerij, waardoor er niet zo heel veel meer over zijn. Zijn geschiktheid voorhet vierspan in de mensport, vooral in de marathon waar een pittig paard met veel uithoudingsvermogen nodig is, begint wel bekend te raken, waardoor er misschien toch nog een goede toekomst is weggelegd voor dit ras.
|
Ols Di Mucho Foto: Wim Huybers Fotografie