|Rex| |Het baasje van Rex| |Foto's Rex| |Andere foto's| |Filmpjes| |Endurance|
|Dravers| |Draver als rijpaard| |Gangenpaarden| |Gastenboek| |Boeken| |Links|
De draver als rijpaard
De draver als rijpaard
Niet ieder paard is een topper. Dit geldt natuurlijk voor alle rassen in iedere tak van de paardensport. Een spring- of dressuurpaard dat niet voldoet aan de hoge verwachtingen wordt verkocht als recreatiepaard, of om in de lagere regionen van de sport te presteren. Een te langzame of uitgekoerste draver echter ging vroeger vaak zonder pardon naar de slager. De draf- en renwereld is keihard: wie niet presteert die vliegt eruit. Er worden ieder jaar nieuwe dravers gefokt, maar slechts een deel daarvan zal werkelijk zodanig presteren op de baan dat er een koerscarričre in het verschiet ligt. En dan nog duurt die carričre vaak maar maximaal een paar jaar. Vele vallen af, door blessures, omdat ze te snel in galop gaan (het zogenaamde "springen") of omdat ze gewoon niet snel genoeg zijn.
Sommige dravers die uit de drafsport genomen worden zijn ingereden, of zelfs al onder het zadel getraind. Maar veel dravers zullen niet meer dan zadelmak zijn. De dravertraining begint vroeg, jaarlingen lopen al mee naast de sulky. Wanneer dan na een paar jaar blijkt dat het paard toch niet zo'n topper is, of wanneer het een blessure heeft die een verdere koerscarričre in de weg staat, heeft het rijtechnisch niet veel meer geleerd dan draven voor de sulky.
Er is vaak geen tijd en geld om het paard om te (laten) scholen, of op zijn minst een nieuwe eigenaar te zoeken die dat wil doen. Vaak is de slager de snelste en gemakkelijkste optie, met als gevolg dat perfect gezonde dravers in de frikandellen belanden, terwijl ze eigenlijk fantastische dieren zijn. Als ze iets meer geluk hebben komen ze terecht bij een handelaar of een manege, een strak afgetrainde draver ziet er immers prachtig uit, maar daar bestaat vaak geen begrip voor het gevoelige karakter van zo'n paardje. Dit leidt er al te vaak toe dat juist deze eenkennige en gevoelige dieren veelvuldig van eigenaar verwisselen en uiteindelijk als onhandelbaar worden beschouwd en alsnog bij de slager terechtkomen. Hoewel er ook dravers zijn die zich goed kunnen aanpassen aan een leven als manegepaard.
Als ze echt veel geluk hebben vinden uitgekoerste dravers een eigen baasje die ze een nieuw leven gunt en zich probeert de verdiepen in hun achtergrond, om bepaalde problemen op te lossen.
Omscholing naar rijpaard
Een draver die rechtstreeks van de baan, trainer of handelaar komt is meestal wel zadelmak, maar daar houdt het ook mee op. Het paard kan eigenlijk alleen maar hard lopen, soms niet eens in galop. Buiging, stelling, verzameling, overgangen, dat zegt dit paard niet zo veel. Binnenbeen, buitenbeen? Benen betekent toch gewoon harder? Hoe begin je dan?
Het
begin: grondwerk
Les één, zeker wanneer je met een draver te maken hebt, is: Ga er altijd vanuit dat je paard echt probeert het goed te doen. Lukt iets niet meteen, ga er dan maar vanuit dat jij het commando niet duidelijk genoeg hebt gegeven, of dat het paard gewoon eventjes nodig heeft om het te begrijpen, of om iets fysiek uit te kunnen voeren. Of paarden nu wel of niet kunnen "doen alsof" (zelf begin ik steeds meer te geloven van niet), dravers zetten zich altijd voor de volle honderd procent in, op één voorwaarde: Je moet een band opbouwen met je paard. Dit geldt voor elk paard van elk ras, maar voor dravers geldt dit extra sterk, omdat ze erg eenkennig zijn. Een hele goede manier om dit te doen is door middel van grondwerk. Dit wil zeggen dat je oefeningen doet waarbij jijzelf gewoon met twee voeten op de grond staat. Ideaal is een round pen of longeerbak, maar een gewone rijbak is ook al heel wat. Hiervan kun je dan het beste een stuk afzetten d.m.v. een touw of lint.
Om te beginnen moet je paard aan een los touw achter je aan kunnen lopen, of je nu loopt, rent, draait of stilstaat, het touw mag nooit strak komen te staan. Een draver is erg gevoelig en zal meestal bij lichte druk direct al volgen, dit hebben ze meestal al geleerd. Laat hem ook eens secondenlang stilstaan. Bedenk hiervoor een duidelijk commando; kies je voor "ho" dan mag je dit alleen nog gebruiken wanneer je wilt dat hij direct stilstaat, en niet om alleen maar wat af te remmen.
Als hij je goed volgt laat je hem los in de bak (een longe zorgt meestal alleen maar voor paniek, en is helemaal niet nodig) en ga je schuin achter hem staan met een touw, zweepje of evt. longeerzweep in je handen. Probeer hem te laten lopen door met je armen te zwaaien, en gebruik hierbij een commando, bijvoorbeeld "stappen". Draait hij zijn voorhand naar je toe, probeer hem dan echt duidelijk te maken dat hij weg moet, door bijv. energiek op hem af te stappen en een beetje weg te jagen. Als het goed is gaat je paard nu over de hoefslag rondjes lopen. Jouw positie ten opzichte van hem is hierbij cruciaal; is de voorkant van je lichaam op de achterhand gericht en sta je schuin achter hem, dan blijft hij lopen. Draai je echter meer naar de voorhand toe (hem een klein beetje de pas afsnijdend dus) dan gaat hij langzamer. Doet hij dit niet, stap dan energiek voor hem in en zwaai desnoods met je armen. Zo kun je hem dus ook van afstand leren stilstaan.
Het paard leert zo dat je zijn taal beheerst en hem zonder fysieke druk kunt controleren; dit komt je later bij het rijden goed van pas. Doe je dit goed, dan accepteert het paard je als zijn leider. In tegenstelling tot wat veel mensen denken vinden paarden het prima om ondergeschikt te zijn; het vrijwaart ze van alle stress die leiderschap in een kudde met zich meebrengt, en maakt het mogelijk zich in die rol te kunnen schikken met het vertrouwen dat hun leider wel sterk genoeg is. Ik heb een paard op een foto van een 10 meter hoge toren in een zwembad zien duiken. Niet dat ik dit goedkeur, maar het geeft alleen maar aan dat een paard zich op zijn leider verlaat: als die zegt dat het kan, dan kan het blijkbaar ook. Heeft dit nare gevolgen dan is het vertrouwen echter beschaamd, dus als je zo'n rol op je neemt moet je er ook goed mee omgaan. Ben je geen vertrouwenswaardige leider dan zal je paard altijd het gevecht met je blijven aangaan, of zal je simpelweg negeren als je commando's geeft.
En nu erop!
Als je grondwerk in orde is heeft je paard ondertussen al stemcommando's geleerd voor stilstaan, stap en draf. Dit komt goed van pas bij het rijden. Een draver is niet gewend aan de druk van het been, voor hem is die beangstigend en hij zal dus voor het been vluchten; harder gaan lopen. Begin dus gewoon met rustig stappen aan een lange teugel, met je benen los tegen hem aan bungelend. Vlucht hij toch, neem hem dan eventjes terug en laat direct weer de teugels los. Dravers wordt voor de sulky geleerd om tegen de strakke teugels in te hangen zodat ze sneller kunnen lopen, zo leunen ze als het ware op een vijfde been. Je zult dus met rijden snel merken, dat hoe harder jij aan de teugels trekt, hoe harder je paard gaat lopen! Laat je op zo'n moment even los, dan reageert hij direct door te kalmeren. Wacht dus niet met nageven tot hij nageeft, dan kun je eeuwig wachten, maar geef zelf het goede voorbeeld. Ook met halthouden moet je direct nageven als hij stilstaat, zodat hij beloond wordt met de nulwerking van het bit. Maak gebruik van de stemcommando's die je hem met grondwerk geleerd hebt. Maak ook vooral niet de fout je benen "af te steken" omdat je bang bent hem per ongeluk aan te sporen; je zit wordt hierdoor waardeloos en je paard leert zo niet het been te accepteren. Laat je benen gewoon los naar beneden bungelen en hou ze stil.
Verwacht in het begin niet teveel. Binnenbeen, buitenbeen? Voor je draver is het waarschijnlijk gewoon "been" en dat betekent "harder rennen", toch? Doe alles dus heel duidelijk en rustig: als je wilt afwenden, binnenteugel van de hals, buitenbeen voor de singel. Langzaam zal hij leren te wijken voor de druk van het been, desgevraagd met voor- of achterhand. Je moet dit gewoon veel proberen, consequent blijven en op een gegeven moment heeft hij het door. Blijf vooral altijd rustig; een draver is erg perfectionistisch en zal gefrustreerd raken als hem iets niet lukt. Als jij je dan ook druk gaat maken, of erger nog, hem gaat straffen voor dit gedrag dan maak je hem alleen maar onzekerder en gaat helemaal niks meer goed. Las op zo'n moment even een pauze in, om allebei weer tot rust te komen, en neem een stapje terug in de training.
Ieder paard heeft een sterke en een zwakke kant. De sterke kant is de kant waar hij het gemakkelijkst inbuigt, en de galop waarin hij het liefst aanspringt. Zelfs als je geen buiging vraagt zul je vaak zien dat je paard gekromd naar een kant loopt. Bij dravers zal de linkerkant vaker de sterke kant zijn, omdat de meeste races linksom gaan. Besteed daarom extra veel aandacht aan het gymnastiseren van de rechterzijde, en aan het afwisselen van de buiging.
Je zult trouwens wel merken dat niet alleen je draver, maar ook jijzelf langzaam omgeschoold wordt. Waarschijnlijk heb je nog nooit op zo'n gevoelig paard gereden, dat iedere hulp of aanwijzing van jouw kant kritisch beoordeelt. Waarschijnlijk heb je nog nooit het gevoel gehad dat je paard werkelijk nadenkt over wat je van hem vraagt, en direct laat merken als er iets niet klopt. Dit is een hele ervaring: je paard denkt mee! Om hiermee te kunnen omgaan moet je natuurlijk wel bereid zijn je eigen fouten te erkennen.
Galop?
Een misverstand dat bij veel mensen bestaat is dat dravers niet
kunnen galopperen. Dit is echter niet waar, de genetische aanleg
voor galop ligt nog steeds in de draver verankerd. Wel wordt er
bij een koersende draver alles aan gedaan om hem te ontmoedigen
in galop te gaan, omdat galop leidt tot diskwalificatie in de
koers. Dus de teugels strak, een hoge hoofdhouding d.m.v. een
check (een riem die vanaf de schoft over het hoofd naar een
opzetbitje loopt), en bestraffen wanneer het paard toch in galop
valt. Niet gek dus, dat veel dravers die onder het zadel komen
niet durven te galopperen: het was immers iets wat
bestraft werd in hun vorige leven. Daarnaast is de galop door
weinig oefening in het begin vaak vreselijk ongebalanceerd.
Zolang het paard maar recht vooruit en heel hard mag, gaat de
galop wel. Maar o wee als we het eens in de bak proberen;
keihard racen, plat door de bochten, draven met de achterbenen
en struikelen of zelfs onderuit gaan zijn dan voorkomende
problemen.
Hoe begin je dan met de galop? Dit is in de eerste plaats een kwestie van vertrouwen geven aan het paard, aangeven dat het mág galopperen. Als het eenmaal galoppeert moet je het aanmoedigen en belonen, hoe slecht het ook gaat. Daarom kun je dit het beste buiten doen, op een lange rechte veldweg, zodat je het paard zo min mogelijk hoeft te storen. Als je paard eenmaal weet dat de galop niet meer negatief, maar positief is, zal hij er meer plezier in krijgen.
Als je het geluk hebt dat je draver kan tölten, is de stap naar galop veel gemakkelijker (maar de galop zelf vaak wat minder goed, zie de uitleg bij gangenpaarden). De overgangen tussen stap, tölt en galop zijn vloeiend, en vanuit tölt zal het paard op een zithulp bijna vanzelf in een rustige galop gaan, zij het niet direct een mooie drietakt. Vanuit de draf moet je echt aansporen, wat bij een draver al snel weerstand oproept als hij het niet begrijpt, zodat hij gaat racen.
Gaat je paard eenmaal redelijk goed in de galop, dan zal dit
vrijwel altijd de linkergalop zijn, omdat dat de sterke kant is
van de meeste dravers. Het aanleren van het aanspringen in de
juiste galop kan wat tijd en frustratie kosten, want dit is
werkelijk onbegrijpelijk voor je paard. Laat je niet ertoe
verleiden altijd op de gemakkelijke kant te oefenen, maar blijf
ook geen uur proberen op de moeilijke kant, dat zorgt alleen
maar voor stress. Wissel het af en leer je paard onderscheid te
maken tussen de twee handen.

In de bak zal je paard waarschijnlijk te hard gaan, te plat door de bochten, en zal blijven draven met de achterbenen, vooral in de hoeken. Dit laatste heet een viertaktgalop, en voor de dressuur is deze zeer ongewenst. Dit heeft allemaal te maken met het feit dat je paard teveel op de voorhand loopt, het gevoel heeft voorover te vallen en dus teeds harder gaat lopen. Om dit op te lossen moet je vooral goed op je eigen zit letten: op je kont zitten, benen erbij houden en van voren opvangen. Ga je een beetje in de beugels staan en voorover zitten, omdat je hem niet wilt hinderen, dan belast je voorhand nog meer en maak je het hem alleen maar moeilijker. Als je paard teveel met zijn hoofd in de lucht loopt, kun je een paar keer met een martingaal rijden. Hij wordt dan gedwongen een andere balans op te zoeken, waardoor hij zijn achterhand meer zal gaan gebruiken. Verwijder de martingaal echter weer zodra je hem niet meer nodig hebt, want hij verandert de teugelinwerking van je hand en beperkt je in het sturen.
Over balkjes galopperen op een grote volte
verbetert de galopsprong, balans en coördinatie
Extra gangen
Voor zover bekend hebben de meeste dravers aanleg om extra gangen te leren. Hoe gemakkelijk dit gaat hangt af van een paar factoren. Ten eerste de natuurlijke aanleg van het paard: sommige doen het spontaan, dit zijn de natuurtölters. Andere moet je een beetje helpen, en nog weer andere schijnen het niet te kunnen. Ten tweede helpt het natuurlijk als de ruiter al ervaring heeft met tölt en telgang; hij kan de hulpen beter doseren en zo het paard helpen de extra gang te ontdekken.
Hoe kom je er achter of je draver kan tölten? Dat heeft o.a. te maken met de vorm van het kruis: gangenpaarden hebben een vrij lang, schuin aflopend kruis. Zo'n kruis wijst op een sterke achterhand, en deze is nodig omdat de achterhand tijdens het tölten sterk ondergeschoven wordt. Verder is het een kwestie van uitproberen. Probeer je paard steeds sneller te laten stappen (viertakt, de vier hoeven komen afzonderlijk, ritmisch na elkaar neer), maar zonder dat hij overgaat in draf (tweetakt, de linkervoorhoef en rechterachterhoef komen gelijk neer en vice versa). Diep zitten, benen een beetje naar voren steken, handen iets hoger en verder naar voren dan normaal. Aansporen doe je door zachtjes met je kuiten te bumpen op de singel. Gaat hij toch in draf, wat in het begin natuurlijk zal gebeuren, neem hem dan rustig terug tot hij nét niet meer draaft. Als je paard aanleg heeft voor de tölt, zul je die op deze manier uitlokken. Daarna kun je natuurlijk de hulpen gaan verfijnen. Tijdens het tölten kan het paard bijna niet aan de teugel lopen, maar dit is ook niet nodig aangezien deze opgerichte houding nu eenmaal nodig is voor die gang.
En verder?
Er zijn
nog vele leuke en nuttige oefeningen die je kunt doen om jou en
je paard te verbeteren. Bijvoorbeeld zijwaarts
gaan, schouder
binnen en schouder buiten, travers en renvers, wending om de
achterhand. Al deze oefeningen hebben tot doel de balans te
verbeteren, en "body control" te krijgen: totale controle over
ieder deel van het paardenlichaam, het paard kunnen laten
bewegen in iedere gewenste houding, in iedere gewenste richting.
Zo zal zijwaarts gaan in het begin met de stelling naar
tegenovergestelde zijde plaatsvinden, maar later kun je ook eens
proberen te wijken in de richting van de stelling (appuyeren).
Ook voltes rijden met stelling naar buiten, of wijken op de
volte, zijn
moeilijkere oefeningen die controle en balans vereisen. Ze
helpen het paard op zijn eigen benen te leren lopen, met het
gewicht op de achterhand, en voorkomen dat het paard de
binnenschouder laat zakken. Voor een draver is
western riding meestal
geschikter dan de traditionele rijstijl, omdat bij western
riding het accent meer op de achterhand ligt, en er toegewerkt
wordt naar rijden zonder aanleuning, waarbij het paard dus op
eigen benen loopt. Dit is een meer relaxte en eerlijke manier
van rijden, die bij veel dravers in goede aarde valt. Ze leren
er goed door te ontspannen.
Sport?
Dravers zijn ontzettend veelzijdige paarden. Door hun intelligentie en leervermogen pikken ze nieuwe dingen heel snel op, maar raken ze ook snel verveeld. Om je draver in zijn element te houden is veel afwisseling in het werk dus aan te raden!
Veel mensen willen graag wedstrijden rijden. Met een draver kun je in bijna iedere tak van de paardensport wel terecht! Over het algemeen zullen ze niet bij de top horen (uitzonderingen daargelaten!) maar wel heel breed inzetbaar zijn. Ook als ze lichamelijk niet de kwaliteiten hebben om een bepaald niveau te halen zullen ze dat kunnen compenseren door hun leergierigheid, hun doorzettingsvermogen en hun werklust.
Natuurlijk is de kwaliteit van een draver als rijpaard mede afhankelijk van de vraag of hij gekoerst heeft, en zo ja hoelang. Een draver die al vroeg uit de drafsport is verkocht omdat hij niet aan de eisen voldeed, of zelfs omdat hij te snel in galop viel, is wat dat betreft een gemakkelijker om te scholen dan een draver met jaren koerservaring.
Western riding
Western riding, vooral de onderdelen waarin men werkt met vee, is een zeer gespecialiseerde sport die gespecialiseerde paarden vereist, wil men op een hoog niveau meedraaien. Voor de ambitieuze westernruiter die op wedstrijden punten wil scoren, is een (duur) quarter horse daarom de beste keuze. Maar voor de iets minder prestatiegerichte ruiter, of de ruiter met een iets smallere beurs, kan een draver een goede keuze zijn. Vooral Amerikaanse dravers hebben een geschikte bouw voor western riding. Net als de quarter horse zijn ze klein, compact, snel en wendbaar, en hebben ze een zeer gespierde achterhand. Het zijn beide sprinters.
Of een draver qua karakter geschikt is voor western riding verschilt natuurlijk per paard. Er zijn koele en hete dravers, maar die zijn er onder de Quarters ook. Een goede galop is erg belangrijk in de onderdelen reining en pleasure, en dat kan voor dravers wel een probleem zijn.
De western stijl is hoe dan ook zeer geschikt voor dravers. De constante teugel- en beenaanleuning die bij Engels rijden wordt toegepast maakt ze vaak nerveus, koppig of zelfs "onhandelbaar". Het kan dus zeker nuttig zijn dingen af te kijken bij het westernrijden tijdens de omscholing van een draver tot rijpaard!
Mennen
De meeste uitgekoerste dravers zijn probleemloos in te spannen: ze zijn al van jongs af aan vertrouwd met tuig en sulky! Hoewel een sulky natuurlijk niet veel weegt, zijn dravers ook in staat normale rijtuigen te trekken, bijvoorbeeld concourswagens of kleine marathonwagens. Ze zijn extreem verkeersmak, en natuurlijk zijn uitgekoerste dravers al betuigd, wat een hoop tijd en moeite bespaart. Meestal is het een kwestie van inspannen en wegrijden.
De Russische Orlovdravers zijn tegenwoordig zeer in trek als marathonpaarden. Voor de dressuuronderdelen van de mensport is dressuurmatige scholing erg belangrijk, daar zal bij een uitgekoerste draver natuurlijk de nodige aandacht aan besteed moeten worden.
Springen
Veel dravers hebben aanleg om te springen, zeker de dravers met Frans bloed. De Franse draver heeft in zijn thuisland een belangrijke bijdrage geleverd aan de totstandkoming van het rijpaardras Selle Francais, internationaal befaamd om zijn spriongpaarden. Zo was de topper Jappeloupe de Luze een halve draver, evenals Galoubet (ook de vader van Baloubet du Rouet die met Rodrigo pessoa al jaren meedraait in de top) en Halla. Springvermogen zit bij de meeste dravers wel snor, en ze zijn snel en wendbaar, maar moeilijkheden kunnen optreden tussen de hindernissen. Om je draver in een rustige galop rond te krijgen zul je wel extra aandacht aan de galop moeten besteden (zie boven). Maar springen doen de meeste erg graag, en goed!
Dressuur
Dressuur met een draver?! Als je wil presteren in de hoogste regionen van de dressuursport zul je waarschijnlijk geen draver kopen. Toch zijn er genoeg mensen die met hun draver dressuurwedstrijden rijden, en met succes, zelfs tot en met de Z2 dressuur. Dravers hebben een mooie uitstraling en een hele goede draf. De galop is minder dressuurtypisch maar is wel trainbaar. Dravers zijn vaak gewend aan lawaai, drukte, stress, zenuwachtige baasjes enz. en dat is erg fijn als je op dressuurwedstrijd gaat!
Endurance
In deze snel
groeiende tak van de paardensport worden dravers en draverkruisingen veel
gebruikt, tot op de allerhoogste niveaus. Ze zijn geschikt door hun bouw,
snelheid, uithoudingsvermogen, hardheid en vooral door hun
enorme doorzettingsvermogen. Dravers kunnen zeer lange afstanden afleggen in
draf en galop zonder moe te worden, en daarbij is hun galop vrij vlak, en
dus minder vermoeiend voor paard en ruiter. Bovendien zijn veel dravers
gangenpaarden, waardoor het
extra comfortabel en minder vermoeiend rijden is zowel voor paard als
ruiter. Hier en bij de
links meer info over
endurance!
Recreatie
Veruit de meeste ruiters in Nederland zijn recreatieruiters. Ze doen van alles wat, en niets echt op topniveau. Een recreatieruiter geeft de voorkeur aan een veelzijdig paard, waar je tot een redelijk niveau dressuur mee kan rijden, een sprongetje mee kan nemen, fijne buitenritten mee kan maken en die eventueel ook nog voor de koets kan.Een draver beantwoordt aan al deze eisen, mits er enige aandacht wordt besteed aan zijn africhting als rijpaard. Gebeurt dit rustig en goed, dan is de draver een vriend voor het leven waar je werkelijk alles mee kan doen. Doordat ze al op jonge leeftijd veel meemaken (trailer, smid, drukke wedstrijdterreinen, lawaai) zijn ze extreem verkeersmak, lopen ze meestal zonder problemen de trailer op, kunnen ze desnoods urenlang geduldig stilstaan en zijn ze gemakkelijk en zeer vriendelijk in de omgang. Deze dingen zijn voor een recreatiepaard van groot belang.
Een nadeel is dat een draver vaak competitief is ingesteld. Het zijn vurige, temperamentvolle paarden, en daarmee meestal niet geschikt voor de beginnende ruiter. Ze zijn ook niet geschikt voor mensen die ruw omgaan met paarden, of weinig geduld en inlevingsvermogen hebben.
De draver is gefokt om te draven. Dit wil echter niet zeggen dat dravers ongeschikt zijn als rijpaard. Toen ik tot de ontdekking kwam dat Rex een draver is, ben ik op zoek gegaan naar informatie over dit ras, en vooral naar verhalen van mensen die een draver als rijpaard (gehad) hadden. De troef van de draver is duidelijk zijn veelzijdigheid.